De politie is per 1 januari 2013 gereorganiseerd ten gevolge van het in werking treden van de nieuwe Politiewet. Per die datum is begonnen met de Nationale Politie en zijn alle 26 politiekorpsen opgegaan in één korps. Met dit initiatief van minister Opstelten van Veiligheid en Justitie werd een discussie van enkele decennia over de organisatie van de politie beslecht.

Op 1 januari 2013 gingen de 26 huidige politiekorpsen op in 1 landelijk politiekorps dat bestaat uit 10 regionale eenheden, een landelijke eenheid en een Politiedienstencentrum. Het hoofdkantoor van de Nationale Politie wordt gevestigd in Den Haag. De plannen hiervoor werden in april 2011 door het ministerie van Veiligheid en Justitie bekendgemaakt. De reorganisatie wordt geleid door mr. G.L. (Gerard) Bouman, die tot dat moment hoofd was van de AIVD.

De politie valt onder de bestuurlijke verantwoordelijkheid van het ministerie van Veiligheid en Justitie. Het bevoegd gezag ter plaatse wordt gevormd door de burgemeester van de betreffende gemeente (waar het gaat om de openbare orde en veiligheid) en de (hoofd)officier van justitie (waar het gaat om onderzoek en opsporing).

Nederland kent nu dus een Nationale politie, die over het land verdeeld is in 10 eenheden. 

De oude indeling   de nieuwe indeling

De mobiele eenheid is een groep van politiemensen, die normaal op straat werken. Zo nu en dan, als er bijvoorbeeld een gevaarlijke voetbalwedstrijd (een risicowedstrijd) gespeeld wordt, trekken deze politiemensen het normale politiepak uit en het pak van de mobiele eenheid aan.

Per jaar vallen er 950 doden en ongeveer 50.000 gewonden in het verkeer. Dat zijn dus bijna 3 doden en 140 gewonden per dag. Dat is veel te veel. Daarom zijn er in Nederland diverse politie-eenheden, die zich bezig houden met het verkeer op de wegen. Hieronder staan een aantal van die eenheden.

De 25 regionale politiekorpsen verschillen onderling van elkaar. Zo heeft het ene korps een werkgebied zo groot als een hele provincie, terwijl het andere korps 10 keer zo klein is. Daar wonen meer mensen en is dus veel werk voor de politie.

De politie wil dat steeds meer politiemensen "op straat" hun werk doen.Want daar zijn zij het hardst nodig. De vrouwen en mannen van de surveillancedienst zijn de politiemensen die we het meest zien. Zij houden zich 24 uur per dag bezig met de basispolitiezorg. Men noemt dit de gemeente gebonden politiezorg, oftewel GGPZ.

Bij de politie doen de mensen verschillend werk. Vaak zie je dat aan de kleding die ze dragen of aan de naam van de afdeling waar ze werken. Op deze pagina staan een paar voorbeelden.

In 1993 vindt een grote reorganisatie plaats bij de politie. De rijkspolitie en gemeentepolitie verdwijnt en wordt vervangen door de regiopolitie. Nederland wordt ingedeeld in 25 regio's en elke regio krijgt een regiochef.

In 1814 werd besloten dat er een Korps Marechaussee zou worden opgericht. Dit Korps zou zorgen voor de noodzakelijke politietoezicht in het land. Dit besluit werd ondertekend koning Willem I.

Het korps was helemaal militaristisch en het personeel zat in de kazerne. In eerste instantie werd het korps alleen ingezet in de provincies Limburg, Noord-Brabant en Zeeland.

De meldkamer wordt wel eens het hart van het politiebedrijf genoemd. Via het alarmnummer en het plaatselijke telefoonnummer komen daar 24 uur per dag alle telefoontjes binnen.

In 1945, direct na de 2e Wereldoorlog, was het een behoorlijke chaos in Nederland.

Veel huizen waren gebombardeerd en de politie bestond eigenlijk niet meer, want in de ogen van de bevolking waren bijna alle politiemensen fout geweest in de oorlog.

Het land moest weer op orde gemaakt worden en er moest een dienst komen, die de openbare orde weer ging herstellen en controleren.

Politiesites