een bijdrage van Venture.

Vijf jaar zat ik alweer bij de politie. De feestdagen kwamen eraan, de 25e kerst voor mij alweer. Zo vlak voor de feestdagen werd ik ingeroosterd om een training voor oudjaarsnacht te komen doen in mijn regio. De training zou om 11.30 uur beginnen, dus ik kon daarvoor nog mooi even snel wat schriftelijk werk doen.

Toch voor de zekerheid maar vast omgekleed in uniform, want het had veel gesneeuwd en misschien kwamen er nog wat meldingen waar ik op mee kon rijden. De meldkamer stuurde mijn wijkauto naar een woninginbraak, dus kennelijk was het niet heel druk met spoedmeldingen.

Ik had net mijn schriftelijk werk afgehandeld en ik had net mijn jas gepakt om naar de trainingsdag te gaan toen ik hoorde over de portofoon dat mijn wijkauto aangeroepen werd. Ik dacht nog: "Die zijn bezig met die woninginbraak".

"Ja 12.01, ik wil jullie daar NU weg hebben en naar het treinstation. U hoort zo nader, maar u heeft toestemming!" (voor gebruik van zwaailicht en sirene..)

Het bureau waar ik werkzaam ben ligt praktisch 500 meter van dit betreffende station af. Ik rende naar buiten en wilde ook die kant op gaan. Tijdens de eerste paar meters rennen hoorde ik al dat er iemand van het perron gevallen zou zijn. Hij zou gewond zijn maar er zou niet bekend zijn welk letsel deze persoon had opgelopen. 500 meter is best lang en ik wilde een deel van mijn krachten sparen omdat ik rekening hield met een reanimatie.

Druk rennend, mijzelf met mijn portofoon 'aanrijdend' melden, zag ik op de pieper die ik bij me droeg dat de brandweer ook aangestuurd werd: "TIS 3.1". Ik wist dat deze code ("TreinIncidentScenario 3.1; aanrijding trein – persoon") niet veel goeds kon betekenen. Het betrof dus waarschijnlijk geen valpartij maar een aanrijding, en ik had zoiets nooit eerder gezien en / of meegemaakt.

Eenmaal op het perron (3 trappen op) trof ik een surrealistisch beeld...Je hoort het wel eens vaker; alsof de tijd even stil staat.

Het perron stond bomvol met reizigers, allemaal op elkaar gepakt. Mijn eerste gevoel zei dat het slachtoffer dus ergens hier moest liggen. Mijn ervaring leerde inmiddels dat omstanders zich vaak verzamelen op de locatie van een incident.

Maar, tot mijn verbazing waren alle omstanders juist 'gevlucht' bij het incident weg. Het slachtoffer zag ik nergens en omdat de meldkamer zei: "Slachtoffer ligt tussen de trein en het perron" richtte ik mijn aandacht op de stoptrein aan de overzijde van het station (het andere spoor/perron dan waar ik stond). Treinen reden niet meer aldus de meldkamer dus sprong ik vanaf het perron het spoor op.

Er viel mij een conducteur op die over het perron rende naar de verstgelegen stationszijde (van al de omstanders af). Ik rende met hem mee over het spoor en zag dat de conducteur met veel tegenzin rende. Ik riep hem aan en vertelde hem dat ik bij hem was. Vanaf dat moment wisten we in ieder geval van elkaar dat we niet alleen waren, wat toch een versterkend gevoel gaf...

Samen zagen wij in de verte iemand liggen op het spoor. Ik zag dat die persoon in een houding lag die anatomisch gezien onmogelijk was. Mijn vrees werd werkelijkheid: ik kon hier niets meer aan redden.

Ik gaf het direct aan de meldkamer door: "We hebben een kruisje".

De rest van de details zal ik iedereen besparen, maar het is surrealistisch. Het is vreemd om ter plaatse te moeten concluderen dat dit niets meer wordt, dat je niets meer kunt doen.

Ik merkte wel dat het best moeilijk werd daarna. Ik was enorm buiten adem van het rennen en hijgde constant. Dat, gecombineerd met de aanblik en het feit dat ik zelf ook op de spoorrails stond en dus naast het slachtoffer; maakte dat mijn maag het lastig had. Wat een opluchting is het dan om in de verte loeiende sirene's te horen; ik hoefde dit alles niet alleen op te knappen.

Terwijl ik om me heen keek wat ik kon doen, zag ik over de perronrand dat een treinreiziger rustig de trap op kwam lopen. Ik keek hem aan, zag zijn blik vervolgens afdwalen naar het slachtoffer en zag de jongen lijkwit worden. Vervolgens zag ik dat hij zich pardoes omdraaide en weer weg liep. Daar ik voor het slachtoffer nu niets kon betekenen was mijn prioriteit deze jongen. Ik wilde voorkomen dat hij zonder even aangesproken te worden weg zou gaan. Ik heb even met hem gepraat en heb hem hulp aangeboden.

Daarna ging direct terug naar het slachtoffer. De conducteur had gelukkig een mooi zeil geregeld waarmee we het slachtoffer konden afdekken. De NS heeft deze zeilen standaard aan boord van elke trein, ik was daar zeer blij mee. Tweede moeilijke moment voor mijzelf was toen ik de steentjes van de spoorrails op het zeil wilde leggen tegen de wind; ik greep onbedoeld wat anders vast dan een steen...

Gelukkig arriveerden de hulptroepen. Binnen de kortste keren stond het station vol met brandweer, ambulance, politie, ProRail en andere hulpverleners. Iedereen hield zich bezig met zijn takenpakket en de hulpverlening (voor de omstanders) kwam gestaag op gang. De begrafenisondernemer heeft het slachtoffer meegenomen en ik heb zelf nog hand en span diensten verleend.

Eenmaal terug op het bureau kreeg ik gelukkig goede opvang vanuit onze eigen organisatie.

Ik realiseer me nu ook wat een collega ooit zei: "Dit soort meldingen maakt je mentaal toch een klein beetje 'stuk' ". Er komen ongetwijfeld nog veel onaangenamere, moeilijkere, ergere dingen, maar dit was voor mij een moeilijke melding.

Hoe frusterend was het om, toen ik het perron afliep, diverse jongeren te horen zeggen: "Godver*, station weer dicht, de NS bakt er ook niets van" of "wat belachelijk veel politie hier" en "ik zie ze anders nooit..."

Politiesites