Tijdens een van mijn diensten als districtelijk wachtcommandant komt 's avonds een jong koppel de hal van het bureau binnenlopen. Hand in hand. Ik schat ze allebei rond de 20 jaar jong.

De jongen stelt zich voor als collega in opleiding, geplaatst op een bureau aan de andere kant van de regio. Hij kijkt schichtig om zich heen, kennelijk om te zien of er andere mensen in de hal zijn.

Enigszins bedremmeld begint hij te vertellen dat hij afgelopen week de handboeien gekregen heeft en dat hem daarbij verteld is er vooral thuis veel mee te spelen zodat hij weet hoe ze werken. Zo gezegd, zo gedaan en hij had flink geoefend. Hierbij had hij, zo zei hij, zijn vriendin aan een pols geboeid en zichzelf aan de andere.

Het losmaken was goed gelukt. Tenminste, bij hemzelf. De boei van aan de pols van zijn vriendin kreeg hij met geen mogelijkheid los. Terwijl allerlei beelden door mijn hoofd flitsten schoot ik in de lach. Overtuigd dat klusje wel even te klaren pakte ik de sleutel van mijn boeien om als een ridder op een wit paard de jongedame te bevrijden van haar ongemak.

Helaas werkte ook mijn sleutel niet. Hoewel de situatie steeds ongemakkelijker werd voor het verliefde koppel trokken meer collega's glimlachend te paard om de jongedame te bevrijden. Allemaal tevergeefs. Om een of andere reden weigerde het slotmechanisme van de boei mee te geven.

Uiteindelijk restte er niets anders dan de collega's van de brandweer te bellen, uit te leggen wat er aan de hand was en te vragen even naar het bureau te komen. De band met onze broeders op de rode auto's is bijzonder goed en de reactie aan de telefoon was voorspelbaar. Lachend werd mij verteld dat ze zo snel mogelijk zouden komen.

Je kunt je voorstellen dat de situatie, hoe grappig ook, voor het betreffen de koppel niet echt prettig was. De kopjes werden met de minuut roder in afwachting van de volgende tranche in hun ongemakkelijke situatie.

Na goed vijf minuten komt de brandweer. Twee van die grote rode wagens stoppen pal voor het bureau. Na even zwaailicht en sirene aangezet te hebben, de mannen weten hoe ze aandacht moeten trekken, rollen ze twaalf man sterk lachend het bureau binnen.

Elkaar verdringend om de situatie te beoordelen en een plan van aanpak te maken. Het verliefde koppel ingesloten als sardientjes in een blikje. Na een bakkie leut werd het koppeltje uitgenodigd plaats te nemen in een van die grote rode auto's om mee te gaan naar de kazerne alwaar de jonge deerne van haar ongemak verlost zou worden...

Ik heb ze niet meer gezien, ik heb er niets meer van gehoord. Ergens heb ik het idee dat ze wellicht een heel ander beeld hadden van klantgerichtheid en klantvriendelijkheid bij brandweer en politie.

Met dank aan: Botje

Politiesites