Vrijstelling van bepalingen van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990), ten behoeve van de ambtenaren van het landelijk politiekorps en de Politieacademie

DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU,

Verzocht is om duidelijk onderscheid te maken tussen de voorschriften en beperkingen van de vrijstelling;

Grondslag van vrijstelling overwegende, dat de politie een openbare dienst is als bedoeld in artikel 147 van de Wegenverkeerswet 1994;

OVERWEGINGEN TEN AANZIEN VAN DE AANVRAAG

Belangenafweging en motivering

overwegende, dat de politie tot taak heeft in ondergeschiktheid aan het bevoegde gezag en in overeenstemming met de geldende rechtsregels te zorgen voor de daadwerkelijke handhaving van de rechtsorde en het verlenen van hulp aan hen, die deze behoeven (art. 3 Politiewet 2012) en dat in het licht van deze vrijstelling ook de onderwijstaak van Politieacademie en het team OBT hieronder vallen; dat, voor zover zij op grond van artikel 91 van het RVV 1990 niet reeds van de bepalingen van het RVV 1990 mogen afwijken, het voor een goede uitvoering van deze taken gewenst is, dat aan de politie vrijstelling wordt verleend van de bepalingen van het RVV 1990; in het kader van dit besluit wordt verstaan onder ‘politie’, het landelijk politiekorps als bedoeld in de Politiewet 2012 en de Politieacademie als bedoeld in de Wet op het LSOP en het politieonderwijs;

Gelet op artikel 147 van de Wegenverkeerswet

BESLUIT:

  1. in te trekken de volgende vrijstelling RVV 1990: van 18 januari 2016, met Datum kenmerk: RWS-2016/2433; 25 november 2016 
  2. aan de politie ten behoeve van de ambtenaren van politie, bedoeld in artikel 2, onder a tot en met c, van de Politiewet 2012, en studenten en personeel van het LSOP, bedoeld in artikel 10 van de Wet op het LSOP en het politieonderwijs, alsmede aan de rijksrecherche ten behoeve van de ambtenaren van politie, bedoeld in artikel 2, onder d, van de Politiewet 2012, tot 1 januari 2022, vrijstelling te verlenen van de bepalingen van het RVV 1990;
  3. aan het uitoefenen van de bevoegdheden, ontleend aan de vrijstelling en ontheffing, de volgende voorschriften te verbinden
    1. bij gebruikmaking van aan deze vrijstelling ontleende bevoegdheden dient de veiligheid van het verkeer zoveel mogelijk te worden gewaarborgd en dienen de in de brancherichtlijn verkeer politie opgenomen voorschriften ten aanzien van het gedrag in het verkeer te worden nageleefd
    2. gebruik van deze vrijstelling ten behoeve van onderwijs of trainingsdoeleinden vindt slechts plaats onder toezicht van docenten of examinatoren van de Politieacademie of het team Operationele Begeleiding en Training van het landelijk politiekorps;
    3. indien er sprake is van rijonderricht zijn de voorschriften van de Wet Rijonderricht Motorrijtuigen van overeenkomstige toepass
  4. Aan deze vrijstelling is de volgende beperking verbonden:
    De vrijstelling is slechts geldig indien bevoegdheden die worden ontleend aan deze vrijstelling noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de opgedragen taak.

Politiesites