Een bijdrage van Femme
Mijn vrije middag buiten mijn politieregio wordt bruut onderbroken door een daverende klap. Ik kijk uit het raam van de ouderlijke woning en zie een zwaar gehavende auto op de weg staan, enkele meters voor de auto staat vrachtwagen.
Zonder er verder bij na te denken ren ik naar buiten en zie ik een vrouw achter het stuur van de auto zitten. Gelukkig is ze aanspreekbaar, maar ze geeft wel aan last van haar nek te hebben. Ik bel direct de meldkamer om een ambulance ter plaatse te laten komen, wetende dat de politie bij de melding van een ongeval met letsel wel meegestuurd wordt.
Wanneer ik het vermoedelijke letsel van het slachtoffer aan de centralist heb doorgegeven vraagt hij me of ik de mogelijkheid heb om in het voertuig plaats te nemen om de nek van de vrouw te stabiliseren. Ik geef aan dat ik er bekend mee ben en dat ik aan de slag zal gaan.
Inmiddels is ook mijn buurman op het ongeval afgekomen. Hij is vrijwilliger bij de plaatselijke brandweer en neemt het contact met de vrouw vanaf de voorzijde over, zodat ze haar nek niet gaat bewegen op het moment dat ik achter in de auto ga zitten om te stabiliseren.
Ambulance en politie zijn snel ter plaatse en de inschatting van mijn buurman, dat het dak van het voertuig geknipt moet worden om de vrouw zonder bijkomend letsel te bevrijden, wordt bevestigd door de medewerkers van de ambulance. De nek van het slachtoffer wordt voorzien van een kraag, en op verzoek van de ambulancebroeder blijf ik de vrouw stabiliseren tot het moment dat ze uit het voertuig kan worden gehaald.
Inmiddels is mijn buurman begonnen om het voertuig zover klaar te maken dat zijn brandweercollegae bij aankomst direct met hun werk kunnen beginnen. Binnen enkele minuten is de auto veranderd in een cabrio en neemt de brandweer mijn plek over om de vrouw uit de auto te halen en op de brancard te krijgen.
Op het moment dat ik uit de auto stap, word ik opgevangen door de politie. De agent stelt me gerust dat ik me niets van de omstanders aan moet trekken, die roepen dat het een hoop heisa om niks is. Ik maak met een glimlach kenbaar dat ik een collega van hem ben van buiten de regio, en geef aan dat we aan zulke omstanders geen boodschap hebben.
Nadat hij mijn gegevens heeft genoteerd ga ik terug naar binnen, de collega’s handelden de zaak verder af. Enkele dagen later valt er een bedankkaart van de politie door de bus, voor mij een blijvende herinnering aan de goede samenwerking met en door alle hulpverleners.