Met de wet Tijdelijk huisverbod wil het kabinet de mogelijkheid creeëren om een tijdelijk huisverbod op te leggen aan plegers van huiselijk geweld. 

In situaties die acuut dreigend zijn voor het slachtoffer en eventueel betrokken kinderen kan aan plegers van huiselijk geweld een huisverbod worden opgelegd van tien dagen. De burgemeester is degene die daarvoor bevoegd is. In de praktijk belegt hij deze bevoegdheid meestal bij een hulpofficier van Justitie. Binnen drie dagen kan dit huisverbod door een rechter worden getoetst.

De burgemeester kan na tien dagen besluiten het huisverbod te verlengen tot vier weken. Het huisverbod kan ook worden opgelegd in geval van kindermishandeling. Gedurende de tien dagen dat het huisverbod van kracht is, wordt voor alle betrokkenen een hulpverleningstraject opgezet.

De wet Tijdelijk huisverbod treedt naar verwachting begin 2009 in werking. De voorbereidingen voor de inwerkingtreding van de wet zijn al geruime tijd aan de gang. Op de site www.huisverbod.nl staat alle informatie over het huisverbod.

Het huisverbod is bedoeld om huiselijk geweld verder terug te dringen. Het huisverbod houdt in dat een pleger van huiselijk geweld in beginsel tien dagen zijn of haar woning niet meer in mag en in die periode ook geen contact mag opnemen met de partner of de kinderen.

De maatregel biedt de mogelijkheid om in een noodsituatie te voorzien in een afkoelingsperiode waarbinnen de nodige hulpverlening op gang kan worden gebracht en escalatie kan worden voorkomen. Het huisverbod kan ook worden opgelegd bij kindermishandeling of een ernstig vermoeden daarvan. Het huisverbod wordt in de vorm van een beschikking uitgereikt door de burgemeester of door de politie indien zij daartoe wordt gemandateerd.

De burgemeester kan afhankelijk van de situatie het huisverbod verlengen tot maximaal vier weken. Een uithuisgeplaatste die zich niet aan het huisverbod houdt, kan maximaal twee jaar gevangenisstraf krijgen of een taakstraf. De uithuisgeplaatste heeft de mogelijkheid om tegen het huisverbod in beroep te gaan bij de bestuursrechter.

Bron: www.huisverbod.nl

Stap 1

Incidentmelding of Aangifte

Slachtoffers, getuigen, buren, vrienden, familie kunnen huiselijk geweld melden bij de politie of daarvan aangifte doen op het wijkbureau. Bij een telefonische melding zal het callcenter van de politie een eerste inschatting maken of het hier een spoed of geen spoedincident betreft en zal het alle incidentmeldingen van huiselijk geweld onmiddellijk doorschakelen naar de meldkamer.

De tweede filter is de meldkamer, die beslist of er een eenheid van de surveillancedienst naar het adres gaat om te kijken wat er exact aan de hand is.

Tips
  • Organiseer binnen de politieorganisatie een voorbereidingssessie en instructie voor de medewerkers van het callcenter, het wijksecretariaat, de meldkamer en de basispolitiezorg, en geef informatie en voorlichting over de nieuwe mogelijkheden om huiselijk geweld aan te pakken. Bespreek de nieuwe rol en taak die van de medewerkers verwacht wordt.
  • Situaties waarbij er niet van een actuele crisis sprake lijkt te zijn, kunnen wel gelabeld worden in het politiesysteem, zodat bij een eerstvolgende melding direct een Hulp Officier van Justitie ter plaatse gaat om te beoordelen cq. de burgemeester te adviseren of een huisverbod moet worden opgelegd.
  • Betrek preventieve netwerken zoals de Meldpunten Zorg & Overlast, huisartsen en vrijwilligersorganisaties op lokaal gemeentelijk niveau; zij zijn de oren en de ogen van de buurt. Zorg dat zij aangehaakt raken bij de aanpak.
  • De Meldpunten Zorg & Overlast hebben vaak al een werkwijze ontwikkeld ten aanzien van crisismeldingen; bij de aanpak zijn (veelal) dezelfde ketenpartners betrokken als bij de aanpak van huiselijk geweld. Voorkom dat verschillende meldpunten (bv. Meldpunt Zorg & Overlast en het ASHG) langs elkaar heen werken.
  • Het signaleren van huiselijk geweld een vak is. Niet altijd worden signalen door het callcenter (0900 8844) en de meldkamer goed opgepakt en herkend als huiselijk geweld situaties. Het is dan ook van belang aandacht te besteden aan de deskundigheid en training van medewerkers in het wijksecretariaat, het callcenter en de meldkamer van de politie, met betrekking tot het herkennen van huiselijk geweld. Een protocol huiselijk geweld aan de hand waarvan kan worden doorgevraagd op de situatie zal de professionaliteit versterken.
  • Geef het callcenter van de politie de opdracht àlle incidentmeldingen van huiselijk geweld met een acuut karakter door te zetten naar de meldkamer.

Stap 2 en 3

Politie ter plaatse en eerste beoordeling situatie

Wanneer een incidentmelding is herkend als mogelijk een huiselijk geweld situatie gaat de surveillancedienst ter plaatse. De surveillancedienst beoordeelt aan de hand van drie formele criteria, de drie voorvragen, of er eventueel een huisverbod mogelijk zou zijn.

Die drie voorvragen zijn:

  1. Is er sprake van (dreigend) huiselijk geweld: zijn er aanwijzingen dat de ruzie een meningsverschil te boven gaat of zal gaan?
  2. Wordt het geweld veroorzaakt door iemand die in het huis woont of daar anders dan incidenteel verblijft?
  3. Is de persoon van wie de dreiging uitgaat meerderjarig?

Na de eerste formele beoordeling van de situatie door de Basispolitiezorgzijn er verschillende mogelijkheden:

  • Wanneer op bovenstaande vragen drie keer bevestigend is geantwoord, komt de Hulp Officier van Justitie ter plaatse voor de inhoudelijke beoordeling van de situatie aan de hand van het Risicotaxatie-instrument Huiselijk Geweld, gevolgd door het al dan niet opleggen van een tijdelijk huisverbod door de Hulp Officier van Justitie namens de burgemeester.
  • Als er een strafbaar feit is gepleegd, is de lijn 'aanhouden tenzij'. De voorkeur gaat ernaar uit om (als de situatie zich daarvoor leent) gelijktijdig een huisverbod op te leggen.
  • Wanneer er geen sprake is van huiselijk geweld, zal de ruzie op een andere manier moeten worden gesust.
  • Als het niet om een huisgenoot gaat of de pleger is minderjarig zal het geweld op een andere wijze gestopt moeten worden en een verwijzing naar hulpverlening en inbreng in een (jeugd)casusoverleg plaatsvinden.
  • In zeer ernstige situaties, indien slachtoffer het zelf graag wil, of in geval van eergerelateerd geweld kan uiteraard zoals vanouds doorverwijzing naar de vrouwenopvang of een andere veilige plaats volgen.
Tips
  • Maak goede afspraken over het samenspel tussen de Basispolitiezorg en de Hulp Officier van Justitie/burgemeester.
  • Zorg dat de surveillancedienst weet wat zijn rol en taak is. Het is niet de taak van de surveillancedienst om een inschatting te maken van de mate van dreiging van huiselijk geweld; dat is de taak van de Hulp Officier van Justitie/burgemeester. De Basispolitiezorg kan wel beoordelen of is voldaan aan de formele criteria of het opleggen van een eventueel huisverbod mogelijk zou zijn alvorens de Hulp Officier van Justitie/burgemeester ter plaatse te roepen.
  • Geef als management het belang aan van preventief optreden bij huiselijk geweld helder aan en maak duidelijk dat het hier een kerntaak van de politie betreft. Dit betekent dat ook de naleving daarvan wordt gevolgd in het bedrijfsproces en periodiek wordt beoordeeld op resultaat.
  • Primaire processen zijn niet vandaag of morgen veranderd. In de pilots bleek dat de basispolitiezorg zich te vaak op eigen inhoudelijke inschattingen en oordelen baseerde met betrekking tot de mate van dreiging, of op de mogelijke beschikbaarheid van de Hulp Officier van Justitie. Meer sturing op het proces in de beginfase, zo werd geleerd uit de pilots, is van cruciaal belang om het proces goed te laten verlopen.

Stap 4

Hulpofficier van Justitie ter plaatse

Wanneer de surveillancedienst aan de hand van de drie formele voorvragen bepaalt dat de situatie zich mogelijk leent voor een huisverbod, roept hij of zij de Hulp Officier van Justitie ter plaatse.

Die beoordeelt aan de hand van het Risicotaxatie-instrument Huiselijk Geweld of een tijdelijk huisverbod noodzakelijk is. Als dat het geval legt de Hulp Officier van Justitie namens de burgemeester een huisverbod op.

Tips
  • Maak duidelijke afspraken over de inzet en capaciteit van de beschikbare Hulp Officieren van Justitie in de politieregio.
  • Formuleer een ambitie die helder en specifiek is, bijvoorbeeld: wij zorgen dat 80% van de meldingen adequaat opgevolgd wordt door een Hulp Officier van Justitie ter plaatse.
  • Maak afspraken met surveillancedienst en meldkamer over het moment en de wijze van inschakelen c.q. oproepen van de Hulp Officier van Justitie.

Stap 5

Hulpofficier van Justitie maakt Risicotaxatie

Het Risicotaxatie-instrument Huiselijk Geweld biedt de Hulpofficier van Justitie de mogelijkheid tot een weloverwogen oordeel over de situatie te komen. Met het instrument worden de risicos van dreiging in kaart gebracht op drie niveaus:

  1. De persoon: antecedenten, negatieve houding, riskante gewoonten.
  2. Het incident zelf: psychisch geweld, bedreiging, lichamelijk geweld, seksueel geweld, zwaarte van de intimidatie, geweldsontwikkeling, wapens, aanwezigheid van kinderen, geweldsverwachting, en de achteraf beoordeling van het geweld door pleger.
  3. De context: leefomstandigheden waarbinnen het huiselijk geweld zich afspeelt: werkgerelateerde problemen, financiële problemen, familie en huwelijksomstandigheden, sociaal isolement.
Tips
  • Borg ervaring en consistent gebruik van het Risicotaxatie-instrument de politieorganisatie: door training en het benoemen van specialisten.
  • Vanuit de leiding dient aandacht te zijn voor de positie en rol van de Hulpofficier van Justitie. De ervaring leert dat onvoldoende draagvlak en aansturing vanuit de leiding leidt tot inconsistent gebruik van het Risicotaxatie-instrument Huiselijk Geweld.
  • Heldere communicatie in de politieorganisatie over het belang van het gebruik van het Risicotaxatie-instrument en over de aard van de zaken waarin het instrument wordt gebruikt en ingezet, is belangrijk.
  • Maak goede afspraken over de administratieve afhandeling van het huisverbod door de Hulpofficier van Justitie: de beschikking, doorslag, registratie in BPS en XPOL.

Stap 6

Hulpofficier van Justitie legt een huisverbod op

De Hulpofficier van Justitie legt een tijdelijk huisverbod op wanneer uit de risicotaxatie blijkt dat een pleger een hoog risico scoort. Hij neemt vervolgens de huissleutels van de uithuisgeplaatste in.

Tips
  • Maak in regionaal verband goede afspraken over de afstemming tussen burgemeester en Hulpofficier van Justitie.
  • In de pilots Huisverbod werd zichtbaar dat het draagvlak bij de politie voor het opleggen van een tijdelijk huisverbod, onlosmakelijk verbonden is met de zichtbaarheid van een strak ingezet vervolgtraject, met 24 uurs bereikbaarheid en beschikbaarheid van een crisisinterventieteam en een eerste hulpaanbod.
  • Maak afspraken over de wijze waarop de burgemeester betrokken en geïnformeerd wil worden: door telefonisch overleg voorafgaand van het opleggen van een huisverbod, of door informatie achteraf door het toesturen van de beschikking en het ingevulde Risicotaxatie-instrument.
  • Maak afspraken met de politie over de wijze waarop het ingevulde Risicotaxatie-instrument en de beschikking worden doorgestuurd naar de gemeente. Liefst per e-mail of fax
  • Het creëren van short stay opvangplekken voor uithuisgeplaatsten is op grond van de Wet tijdelijk huisverbod geen verplichting voor gemeenten. Echter, uit de pilots blijkt dat de beschikbaarheid van opvang de acceptatie van het huisverbod door uithuisgeplaatsten eenvoudiger maakte.
  • Neem in de begroting taxikosten op voor het vervoer van plegers die midden in de nacht uit de woning worden gezet en geen auto hebben of onbemiddelbaar zijn.
  • Maak afspraken met de Sociale Dienst voor een tijdelijke uitkering (voor achterblijvers) in het kader van de bijzondere voorzieningen.
  • Maak afspraken over de rol die de reclassering vervult bij de uitvoering van het tijdelijk huisverbod.
  • Maak afspraken met het ASHG over de wijze waarop het ingevulde Risicotaxatie-instrument en de beschikking worden doorgestuurd.
  • De politie dient afspraken te maken over de sleutels, en na te denken over de wijze waarop de sleutels worden teruggeven.

Stap 7 en 9

Interventieteam rukt uit en Systeemgerichte hulpverlening

Als een huisverbod is opgelegd moet er onmiddellijk een interventie plaatsvinden(diagnose, plan van aanpak, doorverwijzing). In tien dagen moet een diagnose worden gesteld en moeten intakes worden geregeld gericht op systeemgerichte hulpverlening.

De regie over het tot stand komen en het continueren van een systeemaanpak van de cliënten ligt bij de casemanager. De hulp aan gezinnen waar een tijdelijk huisverbod is opgelegd verloopt in twee fasen

  1. Eerste tien dagen: crisisinterventie door een 24/7-uurs bereikbare en beschikbare interventie: diagnose, plan van aanpak, doorverwijzing voor behandeling en eventuele start van de behandeling.
  2. Na het huisverbod: continuering van behandeling volgens het plan van aanpak.
Tips
  • Het succes van het huisverbod zal sterk afhangen van het aanvaarden van hulp door betrokkenen als vervolg op het huisverbod. De wijze waarop de crisisinterventie wordt ingevuld is daarbij van groot belang. De verwachting is dat alleen gezamenlijke inspanning en een systeemgerichte aanpak kunnen leiden tot het stoppen van het geweld of het voorkomen van (recidive) van huiselijk geweldincidenten.
  • In de pilots Huisverbod is ervaren dat kenmerken van een effectieve interventie zijn: direct en snel interveniëren nà het opleggen van een huisverbod, systeemgericht, outreachende hulp met bemoeizorg of lichte drang, hulp langs drie onderling samenhangende sporen: voor kinderen, pleger en slachtoffer.
  • Wijs als gemeente een uitvoeringsregisseur aan. Maak samen met de betrokken partijen afspraken over uitwerking/proces/uitvoering crisisinterventie, opvang uithuisgeplaatste en hulpverlening na het huisverbod. Maak daarbij gebruik van bestaande werkprocessen/bestaande ketens.
  • Maak afspraken met de uitvoeringscoördinator of ketenregisseur over de wijze waarop wordt omgegaan met uitvoeringsknelpunten, die aan de hand van concrete cases en praktijkvoorbeelden zichtbaar worden.
  • Benoem gezamenlijk de kwaliteitseisen en randvoorwaarden in de hulp aan slachtoffers, plegers, en kinderen.
  • Maak afspraken met reguliere hulpinstellingen over hun bijdrage aan de aanpak in: snelheid van reageren, capaciteit, en te volgen methodiek of werkwijze.
  • Maak afspraken met de uitvoeringscoördinator of ketenregisseur over het omgaan met uitvoeringsknelpunten, die aan de hand van concrete cases en praktijkvoorbeelden zichtbaar worden.
  • Richt een casusoverleg in en ontwikkel met partners een werkwijze voor het casusoverleg met als doel: het maken van een plan van aanpak voor het gezinssysteem.
  • Implementeer een informatiesysteem waardoor ketenpartners informatie over enkele cases kunnen delen.
  • Maak afspraken over de inzet van capaciteit en middelen door het interventie team.
  • Maak met de politie afspraken over de controle op de handhaving van het tijdelijk huisverbod.
  • Zorg voor een systematische terugkoppeling in het casusoverleg tussen Hulp Officier van Justitie en casemanager, zodat de politie weet welke afspraken gemaakt zijn over de hulpverlening aan uithuisgeplaatste en slachtoffers.
  • Besteed bij de start van de nieuwe aanpak tijd om de aanpak van de (crisis)interventie uit te leggen aan de partners, ook de partners die niet per definitie bij elk huisverbod betrokken zullen zijn. Neem de partners in de aanpak mee in het proces, zodat zij begrijpen wat van hun verwacht wordt.
  • Houd er rekening mee dat wanneer alles op strategisch niveau is besproken en afgekaart, dat nog niet betekent dat de aanpak op uitvoerend niveau is ingesleten.

Stap 8 en 10

Opleggen, verlengen en intrekken huisverbod en de registratie daarvan door de burgemeester/gemeente

Procedure opleggen huisverbod.
Als de voorvragen door de surveillancedienst positief zijn beantwoord, gaat de Hulp Officier van Justitie ter plaatse. De Hulp Officier van Justitie vult het Risicotaxatie-instrument in en maakt een belangenafweging.

Indien Risicotaxatie-instrumentaanleiding geeft tot huisverbod wordt de uit huis te plaatsen persoon en huisgenoten geïnformeerd over het voornemen en wordt het huisverbod opgelegd.

De Hulp Officier van Justitie/burgemeester reikt besluit uit aan uithuisgeplaatste (kan mondeling bij spoed) en deelt besluit mede aan huisgenoten, hulpverlenende instantie en Bureau Jeugdzorg (indien het gaat om (een vermoeden van) kindermishandeling). Zo spoedig als mogelijk wordt het besluit en bijbehorende stukken (Risicotaxatie-instrument, proces verbaal politie, overige informatie waaronder antecedenten) aan burgemeester overhandigd.

Procedure verlengen huisverbod
Uitgangspunt bij verlenging is dat er niet wordt verlengd, tenzij de dreiging voortduurt. Als er verlengd wordt dan zal dat goed moeten worden gemotiveerd. Vaak zal het zo zijn dat de eisen aan de motivering hoger zijn naarmate de zwaarte van de problematiek bij het opleggen van het huisverbod minder ernstig was. Een verlenging wordt aangevraagd wanneer de omstandigheden nog zodanig onrustig zijn dat er sprake is van een voortzetting van het gevaar voor de veiligheid van de medebewoners. Er moeten dus signalen zijn waaruit blijkt dat van voortzetting van dreiging sprake is. Deze signalen worden gemonitord door de casemanager van het gezin, en in het casusoverleg met signalen van de andere partners.

Het huisverbod kan worden verlengd met maximaal 18 dagen, en op elk moment in die periode weer worden ingetrokken wanneer de dreiging voor slachtoffer en kinderen verdwenen is. De beperking die aan uithuisgeplaatste wordt opgelegd, duurt zolang als er sprake is van dreiging voor slachtoffer en kinderen.

Toetsingscriterium is de voortzetting van de dreiging van het gevaar of het ernstige vermoeden daarvan. Dit kan aan de orde zijn indien hulpverlening niet wordt geaccepteerd, de uithuisgeplaatste niet meewerkt aan hulpverlening voor de achterblijver(s) of deze frustreert en de houding of het gedrag van de uithuisgeplaatste niet noopt tot een ander oordeel.

Procedure Intrekken huisverbod
De burgemeester is bevoegd een huisverbod in te trekken. Indien de feiten en omstandigheden zo zijn dat tussentijdse intrekking aan de orde is, dient de burgemeester hiervan door de casemanager op de hoogte te worden gesteld. Blijkens artikel 2 lid 9 Wet tijdelijk huisverbod kan dit in ieder geval als de uithuisgeplaatste een aanbod tot hulpverlening heeft aanvaard en dit door de betreffende hulpverlenende instanties in het casusoverleg is bevestigd. Voorts weegt mee of de uithuisgeplaatste meewerkt aan de hulpverlening aan de achterblijvers en die hulp niet frustreert. Indien de dreiging van het gevaar of het ernstig vermoeden daarvan zich echter voortzet, is intrekking niet zonder meer aan de orde.

Tips
  • Bij deze stappen is het vooral belangrijk dat er een goede procesbeschrijving wordt gemaakt van de administratieve handelingen bij het opleggen, verlengen en intrekken van het huisverbod. Denk hierbij ook aan de mogelijkheden om dit in regionaal verband te organiseren.
  • Maak een procesbeschrijving voor de beoordeling, de registratie en de administratie van het huisverbod.

Politiesites