Door een groot tekort aan docenten op de rijopleiding van de politie, kunnen niet alle agenten op tijd de verplichte rijvaardigheidstraining doen. Half oktober had slechts een kwart van het geplande aantal agenten de training gevolgd.

Agenten moeten om de drie jaar een rijvaardigheidstraining doen, een soort opfrisbeurt voor het rijden in een politieauto of op de motor. De training is twee jaar geleden ingesteld omdat er relatief veel schade werd gereden met politievoertuigen.

Uit cijfers van de politie blijkt dat vorig jaar grofweg de helft van de agenten die training ook daadwerkelijk deed. Dit jaar lijkt dat aantal nog veel lager uit te komen. Jaarlijks moeten zo’n 10.000 agenten de rijvaardigheidstraining doen. In 2015 lukte het om dit voor 5637 agenten te regelen. In 2016 hadden half oktober 2612 politiemedewerkers de training gedaan.

Agenten mogen nog gewoon achter het stuur als ze de rijvaardigheidstraining niet hebben gevolgd, omdat ze tijdens hun opleiding al in een politieauto hebben leren rijden. Toch vindt de korpsleiding het noodzakelijk dat alle agenten hun vaardigheden bijhouden.

Om alle politieagenten op tijd de training te laten doorlopen, zijn daarom dringend extra rijdocenten nodig. Nu zijn er 26 leraren die de training geven, maar dat moeten er zeker 50 worden. Volgens een woordvoerder van de Nationale Politie is er destijds geen rekening mee gehouden dat voor de trainingen meer docenten nodig zijn.

Het is de bedoeling dat er ook docenten komen die speciaal trainingen geven voor ME-voertuigen en auto’s voor arrestatie- en observatieteams. Inmiddels heeft de korpsleiding besloten de formatie uit te breiden. Ook gaat de Politieacademie extra lessen geven. Toch zal het volgens de politie nog een tijd duren voor het aantal docenten op peil is.

Politiesites