Onderstaande tekst is het resultaat van een onderzoek door twee studenten van de opleiding Personeel en Arbeid, specialisatie Loopbaanbegeleiding in het onderwijs.

Steeds meer scholen signaleren een toename van ‘lastig’ gedrag bij leerlingen. Dit stelt de schoolorganisaties en de docenten voor grote problemen. Veel scholen zijn daarom op zoek naar een manier om het ‘lastige’ gedrag van leerlingen te verminderen. Dat lastig gedrag van de leerlingen komt voort uit de ontwikkelingen in de maatschappij.

 

In deze pagina's worden de ontwikkelingen in de maatschappij en de oplossingsmogelijkheden besproken. Dit doen we aan de hand van:

  • Ontwikkelingen en oplossingsmogelijkheden in de leefsfeer
  • Ontwikkelingen en oplossingsmogelijkheden in de werksfeer

Ontwikkelingen en oplossingsmogelijkheden in de leefsfeer 

A. Kinderen zijn minder thuis en worden minder intensief opgevoed

De meeste kinderen leven in gezinnen waar veel tv wordt gekeken en niet veel met elkaar gesproken wordt. Kinderen leven in gezinnen waar beide ouders vaak werken. Kinderen worden vaak bij anderen ondergebracht: opa en oma, crèche en buren waardoor er minder contact is met de ouders.

De straat is voor de jongeren mede een leerschool. Men verwijt de verzorger al snel dat deze seksueel getint bezig is. Het is voor volwassenen moeilijk om in deze tijd nog intimiteit aan de kinderen te geven.

Goed contact met de kinderen en meer intimiteit. Een onschatbare bron van informatie is goed contact met kinderen. Niet alleen 'op ze passen', maar echt met hen omgaan en met hen praten, d.w.z.: vooral luisteren. De moderne vaders moeten geen afwezige tiran meer zijn, maar de aanwezige en beschikbare vriend van hun kinderen zijn. Er moet meer intimiteit in de maatschappij geaccepteerd worden.

B. Individualisme

Mensen gaan vaker scheiden en alleen leven. Iedereen is druk met zichzelf. Het ik-tijdperk is aangebroken. In het gezin begint min of meer ieder zijn eigen leven te leiden, veel tv te kijken en niet al te veel echt met elkaar te spreken.

Meer gemeenschapsgevoel creëren in de maatschappij en in de gezinnen. Door dit te creëren, zijn er minder mensen individualistisch bezig en krijg je meer saamhorigheidgevoel in de samenleving. Er is aandacht nodig voor de gemeenschappen van mensen. Hoe kleinschaliger deze georganiseerd zijn, hoe meer kans er is op een persoonlijk contact tussen de leden ervan.

C. Overbescherming en wantrouwen

Vroeger hadden de ouders meer kinderen. Hierdoor konden de ouders minder tijd per individueel kind besteden. De betrokkenheid van de ouders is doorgeschoten. Kinderen spelen steeds minder buiten en zitten steeds meer achter de computer en tv Ouders vinden het buiten niet meer veilig: veel verkeer en wie weet enge mannen.

Terug naar vertrouwen en respect, dus zelfvertrouwen. Jongeren kunnen veel meer dan doorgaans gedacht wordt. Als we ze met vertrouwen en respect tegemoet treden dan ontwikkelen ze zelfvertrouwen en handelingsvermogen.

D. Multiculturele samenleving

De leerlingen hebben niet alle besef en respect voor de verschillende culturen en verschillende normen en waarden die er zijn, in onze samenleving zo ontstaan er onenigheden.

De leerlingen moeten beseffen, accepteren en respecteren dat er verschillende culturen zijn in Nederland die andere normen en waarden kunnen hebben dan die zij hebben.

E. De agressiviteit en misdrijven onder jongeren neemt toe

De oorzaken van agressiviteit en misdrijven zijn verveling, frustratie, tolerantie, een gebrek aan zelfbeheersing, correctie en sturing.

  1. Zwaarder straffen: Agressiviteit en misdrijven moeten zwaarder gestraft worden. Ook op jonge leeftijd. Agressief gedrag en misdrijven mogen niet geaccepteerd worden in de maatschappij.
  2. Beter overlegstructuren: De politie werkt nauw samen met scholen en jongeren om samen naar oplossingen te zoeken. De politie kan vaker komen surveilleren op school. Ook zouden de school en de politie gegevens uit kunnen wisselen.

Een straathoekwerker is een tussenpersoon die contact legt tussen de jongeren en instanties als de politie en welzijninstellingen. Een straathoekwerker probeert de oorzaak van de problemen te achterhalen.

Een ontmoetingsplaats voor jongeren. Een jongerenwerker en een wijkagent houden er een oogje in het zeil. Om het vandalisme af te laten nemen.

Interregionaal overleg Er zou een interregionaal overleg moeten komen, waarin de drop-outs worden besproken. De indicatie instelling, jeugdzorg, politie en onderwijs en ouders moeten gaan samenwerken.

F. Normen en waarden

De normen en de waarden veranderen. Leerlingen worden steeds grover door alle grove taaluitingen op de tv. Er wordt te veel getolereerd in de samenleving.

  1. Normen en waarden duidelijk maken door de normen en waarden te bespreken op scholen, thuis, tijdens de sport en meteen ingrijpen wanneer een jongere te ver gaat. Normen en waarden breng je over door ze voor te leven. Dit vergt van ouders opvoeders zelfbeheersing samenwerking, respect, tijd.

G. Slechte leefgewoonten

  • Eetproblemen. Veel leerlingen van tegenwoordig hebben een overgewicht, junkfood. Dit levert lichamelijk maar ook geestelijke problemen op.
  • Te weinig beweging: computer en televisie waar de kinderen uren achter zitten
  • Jongeren roken eerder: joint, harddrugs
  • Jongeren drinken steeds meer: en beginnen steeds jonger. op de lagere school.
  • De leerlingen hebben meer stress. Er wordt te veel van hen verwacht (op school/ thuis/ vrienden/ sport) en ze willen te veel doen in hun vrije tijd. Er is een overvloed aan informatie en prikkels.
  1. Gezonder leven door minder tv kijken, minder computeren, meer buiten spelen, meer bewegen en sporten , stress voorkomen door meer rust te nemen.
  2. Alcohol verbieden en straffen: Alcohol speelt bijna altijd een rol bij geweld. Strengere controle op alcohol thuis, op school, op de sport. Niet alleen de winkeliers moeten hier voor worden gestraft maar ook de jongeren wanneer zij alcohol consumeren onder de 16.

H. Discriminatie.

Dit probleem wordt steeds groter, vooral op VMBO scholen aanwezig.

  1. Leefstijl: Hoe gaan we met elkaar om op school? Er moet in de huisregels staan dat er niet gediscrimineerd mag worden.
  2. Klachten uiten: Een centra of klachtentelefoon
  3. 'School zonder racisme' belonen door certificaat: Dit is een eretitel voor een school waar de leerlingen en het personeel zonder discriminatie en racistische werken.

I. Prioriteiten stellen

Niet alle leerlingen kunnen prioriteiten stellen tussen hun hobby’s en een opleiding. Huiswerk en 'gewoon' spelen hebben het meest te lijden onder het langdurig achter de computer zitten.

Leerlingen duidelijk maken wat prioriteit heeft. School moet de eerste prioriteit krijgen.

Ouders/ verzorgers/ leraren en ander schoolpersoneel /politie/ jeugdzorg sportleider moeten hierop toezien en ingrijpen wanneer een leerling/ kind de grenzen overschrijdt.

Oorzaken en oplossingsmogelijkheden in de werksfeer

A. Leer- en gedragsproblemen

Een op de tien (negentigduizend)leerlingen kan zich door leer- en gedragsproblemen niet handhaven in het voortgezet onderwijs en heeft om die reden extra zorg nodig. Jongens hebben veel meer leer- en gedragsproblemen. Mensen hebben dubbele verwachtingen van jongens.

Ze moeten:

  1. Cool zijn: Toon geen zwakheid of gevoelens als pijn, verdriet of schaamte. 
  2. Hard zijn: Hier zien we waaghalzerij, bravoure, uitdagen, fascinatie voor geweld. 
  3. De baas zijn: Je moet macht en status verwerven, winnen, overheersen. 
  4. Stoer zijn: Het is absoluut verboden om een mietje of een watje te zijn.

De moderne man moet ook lief, zorgzaam, meevoelend, sociaal, maar ook kwetsbaar zijn. Deze tegenstrijdige verwachtingen zijn verwarrend. Om die verwarring te ontkomen, kiezen veel jongens voor de eerste verwachtingen: de jongenscode (cool, hard, de baas en stoer zijn). Wellicht een nuttige keuze in de riddertijd, maar nu niet meer.

Kinderen, en vooral jongens, worden in onze cultuur al erg jong bij de moeder weggehaald. De afstand tussen moeder en kind wordt steeds groter. Deze gebeurtenissen kunnen heftige gevoelens oproepen.

In het onderwijs, in de kennissenkring en op de sportclubs missen de jongens contact met mannen, één op één situaties

  1. Gevoelens bij mannen/jongens toestaan: helpen te beleven, te uiten en te accepteren. We moeten de mannelijke kenmerken niet hierbij niet wegcijferen.
  2. Persoonlijk contact:Jongens zouden vaker en langer bij de moeder mogen blijven (op schoot, in bed) meer intimiteit. Vaders zouden minder moeten werken en meer tijd met hun kinderen moeten doorbrengen - meer zorgvader zijn. Jongens hebben echt contact met mannen nodig, inter-generationeel contact dus, en wel in één op één situaties. Ouders/ verzorgers en leraren moeten dit toestaan.
  3. Zinvolle projecten:Projecten waarin de jongeren persoonlijk worden aangesproken en begeleid. Training in sociale vaardigheden is een noodzaak. De jongeren leren zich in te leven in een ander; ze leren zo empathie, ze leren warmte te geven en te ontvangen en ze leren om te gaan met autonomie. Dit zijn de sleutelwoorden voor opvoeding en helpt problemen in het heden en kan toekomstige problemen voorkomen. Door deze projecten krijgen leerlingen een tweede kans. Het is een periode om af te koelen.
  4. Leerlingen opnemen in vmbo: Lom- en mlk-scholen worden opgedoekt, de leerlingen moeten deels worden opgenomen in het vmbo. Daarnaast komt er per regio een Regionaal Expertise Centrum (REC) waarin het zmok moet opgaan.
  5. Onderwijssysteem aanpassen: Wanneer zulke grote aantallen kinderen niet meer in de traditionele bedrijfsvoering van de school passen, is het tijd de bedrijfsvoering aan te passen. De maatschappij en kinderen veranderen, maar de school verandert niet.
  6. Verruiming van de criteria voor zeer moeilijk opvoedbare kinderen: Hierdoor komen meer kinderen in aanmerking voor een plek in het speciaal onderwijs. Zo worden problemen vroegtijdig opgespoord worden en kan er intensief aan gewerkt worden.
  7. Organisaties zoals het TAB: Deze scholen begeleiden leerlingen met verschillende problemen naar school of arbeid. Er moet meer geld voor deze organisaties komen. Er moet gekeken worden naar het aantal leerlingen dat binnen stroomt en niet naar de leerlingen die een diploma halen. Zo kunnen deze scholen blijven bestaan.

B. Relaties veranderen

De docent wordt vaak als gelijk of als minder gesteld door de leerlingen. Vroeger luisterden de leerlingen ‘ bang ‘ naar de docent.

  1. Gelijkwaardig contact: De docenten moeten de leerlingen regelmatig duidelijk maken wie de baas is.

C. Persoonlijk contact

De scholen worden alsmaar groter. Hierdoor verdwijnt het persoonlijke contact met de leerlingen steeds meer.

  1. Meer persoonlijk contact: Scholen moeten de klassen kleiner maken om zo meer persoonlijk (één op één) contact te kunnen bieden. Mogelijke problemen kunnen zo eerder worden opgespoord.

D. Spijbelen

Jongeren spijbelen vaker. In het huidige carrière-gerichte onderwijs is het dom om te spijbelen.

  1. Spijbelprojecten: Chronisch afwezigen worden opgevangen in spijbelprojecten. Bijvoorbeeld het project Basta. Basta is een motiverende taakstraf, voor jongeren die zich schuldig maken aan relatief signaalverzuim. Deze leerstraf duurt zestig uur, verdeeld over drie weken. Daarna volgt een vrijwillig deel van nog eens tien weken.
  2. Spijbelkaart: Er zijn scholen waar leerlingen een spijbelkaart krijgen, een soort ATV-kaart voor de middelbare school.

E. Beroepskeuze
De leerlingen kunnen uit meer beroepen kiezen. Vroeger gingen de vrouwen naar de huishoudschool en de jongens volgden hun vader op. Nu kan iedereen kiezen wat hij/ zij leuk vindt gekoppeld aan het niveau. Leerlingen zijn verantwoordelijk voor hun eigen loopbaan. Het wordt niet meer uitsluitend door ouders bepaald.

  1. Eerder actiever bezig laten zijn met de toekomst: Op jongere leeftijd moeten leerlingen al actief aan het denken gezet worden over een mogelijke toekomstige beroepskeuze. Op de basisschool mee beginnen
  2. Meer informatie zoeken: Leerlingen zouden meer informatie moeten zoeken: de gedachte van een iemand horen: vriend(in), ouders, leider in de jeugdbeweging, leerkracht... tal van organisaties.  
  3. De ouders kunnen ondersteuning geven bij het maken van een keuze.
    Door mee te denken, voor- en nadelen af te wegen, objectief te kijken door de gevolgen van de keuze te bespreken.

F. De jeugdwerkloosheid neemt toe.

  1. CWI heeft jongerenadviseurs in dienst. Deze adviseurs helpen de jongeren aan een baan.
  2. Speciaal project: Werkloze jongeren moeten de kans krijgen zich in korte tijd om te scholen
  3. Kansen op de arbeidsmarkt vergroten: Door werkervaring op te doen/ soort stage lopen/ snuffelen/ helpen bij het schrijven van een sollicitatiebrief, vergroot je je kansen op de arbeidsmarkt.

"BASTA"

Dit vindt plaats als een leerling wel staat ingeschreven bij een school, maar de school niet of niet regelmatig bezoekt.

Hardnekkige spijbelaars transformeren tot gemotiveerde scholieren. Het project Basta, een leerstraf, bewijst dat het kan. Basta dient twee doelen. Het eerste is het naleven van de Leerplichtwet. Het tweede doel is het verbeteren van de problematische situatie van de jongere. De verplichte zestig uren zijn onderverdeeld in de drie hoofdmodules

Gezinsbegeleiding, Psychosociale begeleiding en Transfer.

Deze zorgen er grofweg voor dat bij de jongeren de actuele stand van zaken (op gebied van kennis, gedrag en sociaal-emotioneel gebied) in kaart wordt gebracht, dat ze een individueel studieprogramma volgen. Het is een heel intensief en uitgebreid programma. Ze krijgen aandacht, meer dan in het gewone onderwijs en zeker meer dan ze thuis krijgen.

Wanneer een jongere eenmaal weer ergens bij hoort, en hij weer wat leuks te doen heeft of een doel voor ogen heeft, is hij weer gemotiveerd om iets te leren.

Wat blijkt: vrijwel alle deelnemers gaan na de verplichte straf vrijwillig door met het project. De jongeren leren hierbij welk beroep of welke opleiding het beste bij ze past, en hoe ze daaraan vorm kunnen geven.

Conclusies/tips

Algemeen

  • Kinderen moeten thuis intensiever worden opgevoed. Ze moeten opgevoed worden in een multiculturele samenleving zonder discriminatie. Kinderen moeten een minder druk leven leiden met minder stress en moeten gezonder leven. Leerlingen moeten prioriteiten weten te stellen in hun vrije tijd.
  • Mensen en dus ook kinderen moeten zwaarder gestraft worden voor agressief gedrag, misdrijven en alcohol gebruik onder de 16 jaar.
  • Er moet meer saamhorigheidsgevoel in de maatschappij komen en daarmee ook het vertrouwen in de jeugd en het respect voor de jeugd, hierdoor krijgt de jeugd namelijk meer zelfvertrouwen. De normen en waarden moeten veranderen. Er moeten betere overlegstructuren in de maatschappij komen.

School en arbeidsmarkt

  • De scholen moeten de leerlingen meer persoonlijk contact bieden ze moeten de leerlingen eerder laten nadenken over de toekomst en over hun keuzes.
  • De leerlingen moeten minder gaan spijbelen, de scholen moeten hier beter op gaan toezien en straffen. De leraar moet weer de baas in de klas worden.
  • Via zinvolle projecten als time-outprojecten/ opvang/ onderwijssysteem, kunnen leerlingen begeleid en geholpen worden met de problemen waar ze mee kampen.
  • Jongens moeten hun gevoelens kunnen uiten zonder daar op aangekeken te worden.
  • De jeugdwerkloosheid zal door dit alles teruggedrongen worden.

Met dank aan Marleen Kuiphuis en Linda Mulrain, de auteurs van dit stuk.

Politiesites