Waar moet een uitritconstructie aan voldoen?

Er bestaat geen definitie van een uitrit. Wel vindt men her en der zogenaamde uitritconstructies. Maar wanneer is een dergelijke constructie nu wel of geen uitritconstructie.

Het CROW (Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond-, Water- en Wegenbouw en de Verkeerstechniek) heeft hier een boekwerkje over gemaakt en daarin staat:

Uitritconstructie
Verkeersborden kunnen achterwege blijven indien een uitritconstructie in de zijweg wordt toegepast. Dit is de enige infrastructurele maatregel die de functie van de verkeersborden met betrekking tot de voorrang kan vervangen. De uitritconstructie kan worden toegepast op zijwegen die een verblijfsfunctie hebben (erftoegangswegen).

Belangrijk is dat de uitritconstructie voor de verkeersdeelnemers duidelijk herkenbaar is. In de praktijk komen maar al te vaak uitritconstructies voor die niet als zodanig worden herkend. De herkenbaarheid is het best wanneer:

  • er een duidelijk verschil is in hiërarchie van wegen: uitritten dienen het ondergeschikte karakter van het achterliggende gebied (erf, 30 km/h-zone) te accentueren
  • het trottoir en/of het fietspad dan wel het fiets/bromfietspad langs de doorgaande weg op dezelfde hoogte doorloopt en waar tevens de verhardingen qua kleur en structuur doorlopen
  • de begrenzingen en hoogteverschillen worden overwonnen met zogenaamde inritblokken.

(Bron: CROW-publicatie 68: Uitritten)