{question}Wie wordt er geïnformeerd over mijn strafzaak? {/question}

Indien u wordt verdacht van een strafbaar feit, is het Openbaar Ministerie onder bepaalde voorwaarden bevoegd om anderen hiervan op de hoogte te stellen en daarbij in het bezit te stellen van (delen) van uw strafdossier. Deze bevoegdheid is geregeld in de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens (Wjsg) en de aanwijzing behorend bij deze wet.

Deze bevoegdheid wordt allereerst gebruikt om de personen en instanties te informeren die direct betrokken zijn bij de behandeling van uw strafzaak en de uitvoering van een eventueel opgelegde straf. Hierbij valt te denken aan:

  • de rechters die uw zaak beoordelen;
  • de deskundige die opdracht heeft gekregen tot het uitvoeren van een (psychologische) rapportage;
  • het Centraal justitieel incasso bureau, dat belast is met het innen van opgelegde boetes.

Daarnaast heeft het Openbaar Ministerie in sommige gevallen de bevoegdheid om personen en instanties te informeren die niet direct betrokken zijn bij de behandeling van uw strafzaak, maar wel een zwaarwegend belang hebben om te worden geïnformeerd. Hierbij valt te denken aan:

  • uw werkgever, indien u in een 'gevoelige' branche zit en het feit waarvan u wordt verdacht mogelijk onverenigbaar is met een goede uitoefening van uw beroep (u werkt bijvoorbeeld op een crèche terwijl u wordt verdacht van ontucht met kinderen);
  • de verhuurder van uw woning, indien het feit waarvan u wordt verdacht mogelijk de veiligheid van de woning in gevaar brengt (u wordt bijvoorbeeld verdacht van het thuis kweken van hennep, terwijl bekend is dat een hennepkwekerij de brandveiligheid van de woning in gevaar brengt);
  • de Belastingdienst, indien het feit waarvan u wordt verdacht onder het toezicht van deze dienst valt (u wordt bijvoorbeeld verdacht van het plegen van belastingfraude).

Uitgangspunt is dat in beginsel alleen informatie wordt verstrekt, indien er een vonnis is van de strafrechter of de zaak is geëindigd in een transactie of een strafbeschikking van het OM.

Verstrekking in een eerder stadium is mogelijk als het belangrijk is dat de informatie snel verstrekt wordt én de officier van justitie heeft geoordeeld dat de feiten strafrechtelijk kunnen worden bewezen.

In het eerder genoemde voorbeeld van de crèchemedewerker die verdacht wordt van ontucht met kinderen, kan het noodzakelijk zijn om de crèche snel in te lichten over de verdenking. De crèche kan dan vervolgens beslissen of er aanleiding is om maatregelen te nemen, bijvoorbeeld door de verdachte op non-actief te stellen.

Politiesites