Het verkeer is een zeer complex maatschappelijk gebeuren. Het is onvermijdelijk dat door de deelnemers aan het verkeer fouten worden gemaakt. Veel van deze fouten worden opgevangen of hersteld dankzij de gunstige omstandigheden van het moment, dan wel door de flexibiliteit van andere weggebruikers, terwijl een beperkt deel van de gemaakte fouten leidt tot ongevallen.

Achtergrond
Samenvatting
Opsporing
Vervolging
Overgangsrecht
Eindnoten

Achtergrond

Het hedendaagse wegverkeer is complex. Het is onvermijdelijk dat deelnemers aan het verkeer fouten maken.
In beginsel ligt aan elk verkeersongeval een overtreding van een verkeersregel ten grondslag. De politie maakt  alleen proces-verbaal op voor de gevallen waarin de aanwijzing verkeersongevallen dit voorschrijft.
Deze aanwijzing biedt voor het Openbaar Ministerie (hierna: OM) ook het kader voor de vervolging van ernstige verkeersongevallen. In de bijlage bij deze aanwijzing zijn (kwaliteits)eisen aan de opsporing van ernstige verkeersongevallen opgenomen.
Indien sprake is van een ernstig verkeersongeval zijn veelal doden en/of gewonden te betreuren, terwijl ook sprake kan zijn van ernstige materiële en immateriële schade. Omdat elk ongeval op zich zelf staat, past daarbij een aanpak en een beoordeling op maat.
De aanwezigheid van een kader brengt niet mee dat het OM in alle gevallen vervolgt. Bij veel lichte aanrijdingen met enige materiële schade zal dat niet het geval zijn. Deze aanwijzing strekt er mede toe aan de politie duidelijk te maken van welke verkeersongevallen een proces-verbaal wordt verwacht. 

Samenvatting
Deze aanwijzing regelt het opsporings- en vervolgingsbeleid bij verkeersongevallen.

Opsporing

De politieambtenaar dient indien mogelijk bij ieder verkeersongeval waarvoor zijn assistentie is ingeroepen door middel van een ademtest te controleren of bij de betrokken bestuurders sprake is van mogelijk strafbaar gebruik van alcohol (het zogenaamde botsen is blazen).

Geen proces-verbaal

  • In de gevallen, die buiten het bestek van de aanwijzing vallen, wordt in beginsel geen proces-verbaal opgemaakt.  
  • Is de politie wel ter plaatse geweest, dan registreert zij alle relevante gegevens in haar bedrijfsprocessensysteem. Los hiervan zijn door de politie afspraken over het verstrekken van verkeersongevalgegevens middels een zogenaamde kenmerkenmelding(PLUS) aan het Ministerie van Infrastructuur en Milieu, Directoraat Generaal Rijkswaterstaat, Dienst Verkeer en Scheepvaart (DVS) en de Stichting Proces-Verbaal (SPV) gemaakt.

Proces-verbaal

  1. Ernstige overtreding van de verkeerswetgeving

    Wanneer bij een verkeersongeval uit het oogpunt van verkeersveiligheid sprake is van een ernstige overtreding van de verkeerswetgeving, waarbij de verdachte een voorzienbaar gevaar heeft doen ontstaan, wordt altijd proces-verbaal opgemaakt.

  2. Zwaar lichamelijk letsel/dood

    Wanneer het verkeersongeval de dood, zwaar lichamelijk letsel of zodanig lichamelijk letsel dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden ontstaat, tot gevolg heeft, wordt proces-verbaal ter zake overtreding van artikel 6 WVW 1994 opgemaakt.

  3. Medische behandeling in ziekenhuis tengevolge van letsel

    Buiten de gevallen zoals bedoeld onder 3.3.2 wordt proces-verbaal opgemaakt wanneer een verkeersongeval letsel tot gevolg heeft waardoor een betrokkene in het ziekenhuis een medische behandeling moet ondergaan. Indien van behandeling geen sprake is of van  een situatie waarin sprake is van één slachtoffer dat tevens de enige verdachte is, kan hiervan worden afgezien.

    Toelichting

    In het algemeen betekent het bovenstaande dat proces-verbaal moet worden opgemaakt, indien één der betrokkenen van de plaats van het ongeval naar het ziekenhuis wordt vervoerd, tenzij  later bij het onderzoek blijkt dat er slechts sprake is van licht letsel en behandeling in het ziekenhuis niet nodig was. In zo’n geval  kan van het opmaken van proces-verbaal alsnog worden afgezien. De behandelend politieambtenaar dient daarover informatie in te winnen bij het slachtoffer of bij de behandelend arts.
    In het geval dat een verkeersslachtoffer niet meteen naar het ziekenhuis wordt vervoerd, maar korte tijd later toch in het ziekenhuis moet worden opgenomen ter behandeling van letsel ten gevolge van het ongeval, dient, als dit bekend wordt, alsnog proces-verbaal te worden opgemaakt. Hierbij kan worden gedacht aan een later herkende botbreuk of aan inwendig letsel dat zich pas later openbaart.
  4. Alcohol en/of drugsgebruik

    Indien het vermoeden bestaat dat het verkeersongeval (mede) te wijten is aan het gebruik van alcohol en/of drugs wordt ten aanzien van bestuurders, buiten het hierboven genoemde, altijd proces-verbaal opgemaakt ter zake van overtreding van art. 8 WVW 1994.

 

Twijfelgevallen

Indien op de plaats van een verkeersongeval wordt getwijfeld of ter zake van het ongeval proces-verbaal moet worden opgemaakt, wordt het sporenonderzoek, alsmede het verhoren van de betrokkenen en eventuele getuigen zo veel mogelijk afgerond. Dit om te voorkomen dat gegevens die nodig zijn voor de eventuele verdere afwikkeling van het ongeval, verloren gaan.

De behandelend politie-ambtenaar dient de betrokkenen te informeren over de verdere afwikkeling van het verkeersongeval. Hierbij onthoudt hij zich van inhoudelijke uitspraken over de vervolging in de strafzaak aan nabestaanden of slachtoffers. Dit is specifiek aan het OM voorbehouden.

Verkeersongevallen waarbij een politievoertuig of een politie-ambtenaar in uniform is betrokken
Buiten de genoemde verkeersongevallen moet bij verkeersongevallen waarbij een dienstvoertuig van de politie of een politie-ambtenaar in uniform is betrokken overleg plaatsvinden met de officier van justitie. Hij bepaalt of en door wie proces-verbaal dient te worden opgemaakt.

 

Vervolging

Bij de beslissing of al dan niet vervolgd moet worden, dient rekening te worden gehouden met:

  • de mate van verwijtbaarheid;
  • de belangen van het slachtoffer en/of nabestaanden.

Wanneer het dus uitsluitend een verzekeringskwestie betreft en er geen sprake is van roekeloos/a-sociaal rijgedrag, kan worden afgezien van vervolging. De twee onderstaande voorbeelden mogen een en ander duidelijk maken:

Een verkeerslicht straalt reeds enige tijd rood licht uit. Twee bestuurders staan inmiddels stil voor dit licht. Een derde bestuurder reageert niet op het rode verkeerslicht en merkt evenmin de twee reeds stilstaande auto's op. Met aanmerkelijke snelheid botst deze bestuurder op het zich voor hem bevindende voertuig en veroorzaakt aldus een kopstaart botsing.

Een verkeerslicht straalt enige tijd rood licht uit. Bij groen licht zet het verkeer zich in beweging en slaat naar rechts af. Direct na de kruising bevindt zich een voetganger op de daarvoor aanwezige voetgangersoversteekplaats. De eerste bestuurder remt af, de tweede bestuurder kan nog net tot stilstand komen, doch de derde bestuurder die zojuist is opgetrokken vanaf het groene licht verwacht het voor het remmende voertuig niet en veroorzaakt een kopstaart botsing.

In het algemeen zal van het in het eerste voorbeeld bedoelde verkeersongeval vervolging ingesteld worden en in het tweede voorbeeld genoemde verkeersongeval niet. Met name de mate van onvoorzichtigheid en/of onoplettendheid in het gedrag van de verdachte is derhalve bepalend voor het antwoord op de vraag of een strafvervolging geïndiceerd is

Overgangsrecht

De beleidsregels in deze aanwijzing hebben gelding vanaf de datum van inwerkingtreding.
Eindnoten

Stichting Processen Verbaal,
Postbus 7070,
2701 AB Zoetermeer,
Tel. 079-3229867,
Fax. 079-3210934.