Een algemeen verhaal over verkeer en welke factoren bepalend zijn bij het ontstaan van ongevallen.

Het verkeer is opgebouwd uit drie factoren, te weten:

  1. het voertuig.
  2. de omgeving.
  3. de mens.

Als één van deze factoren faalt, ontstaat een gevaarlijke situatie, dan wel van een ongeval. Als deze drie dingen goed op elkaar afgestemd zijn, is er sprake van een goede harmonie, waardoor het aantal ongevallen, die nu eenmaal plaatsvinden in Nederland, drastisch kan verminderen.

Welk ongeval je ook bekijkt, het komt altijd neer op een fout van een van deze drie factoren. Helaas moet daarbij gesteld worden, dat in ongeveer 95 % van de ongevallen de factor mens de oorzaak is. In ongeveer 3 % speelt het voertuig een rol, terwijl het in 2 % aan de weg ligt.

De verkeers(on)veiligheid verdient alle aandacht. Jaarlijks vonden in Nederland ongeveer 1.000.000 ongevallen plaats. Ten gevolge daarvan overlijden 1100 tot 1400 mensen en raken 50.000 mensen gewond. Sinds de tweede Wereldoorlog werden de cijfers bijgehouden en zitten we nu op 105.000 doden en 2,6 miljoen gewonden in het verkeer. Dit zijn schrikbarende cijfers. Per 100.000 inwoners vinden 7 mensen de dood in het verkeer en 90 mensen raken gewond.

Zolang echter niet iemand uit eigen familie / gezin betrokken is geweest bij een aanrijding en daarbij het leven liet dan wel gewond raakte zeggen deze getallen niets. Wie heeft er nou zin in om lang stil te staan bij een aantal kille getallen. Toch heeft iedere Nederlander 60% kans om op enig moment van zijn leven gewond te raken bij een ongeval. Statistisch gezien krijgt iedere Nederlander in zijn leven een keer een verkeersongeval.

Er is de laatste jaren echter een daling van de cijfers te zien. Waren er in 1977 nog 2583 doden en 64.500 gewonden, in 1997 lagen die cijfers op 1238 doden en 45.500 gewonden. In 2012 waren er nog 650 doden. In 2013 gelukkig weer minder, namelijk 570 doden. Er is dus sprake van een drastische daling. Hoewel het er naar uitziet, dat de daling zich voortzet, moet doorgegaan worden met de wijze van aanpak zoals deze nu gehouden wordt. Wat houdt die aanpak in.

Zoals ik al zei is een fout van de mens voor het grootste deel de oorzaak van ongevallen. Daarom wordt ook de meeste aandacht op de mens gericht. Fabrikanten van voertuigen proberen op allerlei manieren om de voertuigen zo veilig mogelijk te maken. Wegbeheerders doen van alles om de veiligheid op de weg zo goed mogelijk te maken.

Een voorbeeld.

Indien we in Nederland zouden bereiken, dat het gebruik van de autogordel stijgt met 10 % zou dit een besparing van 30 doden en 200 gewonden tot gevolg hebben.

Aangezien de regering dit niet alleen kan realiseren, werd de hulp ingeroepen van de provincie. Zij staan immers dichter bij de bevolking en hebben derhalve een directer contact daarmee. In iedere provincie werd een Regionaal Orgaan voor de Verkeersveiligheid (R.O.V) opgericht. Zij vervullen de coördinatie en de overdracht van kennis en ervaring naar de gemeenten toe. Nog directer contact met de bevolking had de gemeente. Daarom lag het voor de hand om de gemeenten de mogelijkheid te geven om een bijdrage in de taakstelling te leveren. Hierdoor ontstond de -25% actie. Iedere gemeente die zich daarbij aanmeldde, kreeg een startkapitaal van 1 gulden per inwoner.

Indien de gemeente het voor elkaar kreeg om per jaar het aantal doden en gewonden met 5% te laten dalen, kreeg zij daarvoor per bespaarde gewonde een bedrag van F 5000,00. Daarnaast werden nog aanmoedigingsprijzen uitgeloofd voor een ieder, die zich bijzonder verdienstelijk heeft gemaakt voor de verkeersveiligheid. Deze bedragen waren uiteraard bedoeld om gemeenten te prikkelen iets te doen op het gebied van de verkeersveiligheid.

Om de doelstelling te realiseren werd gekozen voor een aantal speerpunten. Deze speerpunten zijn:

  1. Alcohol in het verkeer .
  2. Het gebruik van de autogordel en valhelm .
  3. de aanpak van zgn. Blackspots. (plaatsen waar, in de regel, meer aanrijdingen plaatsvinden dan in soortgelijke situaties en waar de situatie vraagt om een wijziging)
  4. Aanpassen van het snelheidsgedrag .
  5. Verbetering knelpunten wegen.

Omdat blijkens de statistieken de meeste aanrijdingen plaatsvinden bij de jongeren en de ouderen, werd het beleid voornamelijk op hen gericht.