Het RVV bevat een behoorlijke dosis definities. Zo wordt spraakverwarring over wat het nu is voorkomen.

Aanhangwagens:
Voertuigen die door een voertuig worden voortbewogen of kennelijk bestemd zijn om aldus te worden voortbewogen, alsmede opleggers.

Een gesleepte personenauto is een aanhangwagen in het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens. Voor de Wegenverkeerswet blijft een gesleepte personenauto echter een personenauto. De bestuurder van een gesleepte personenauto zal daarom zelf ook een geldig rijbewijs moeten hebben.

Ambulance:
Motorvoertuig, ingericht en bestemd om te worden gebruikt voor ambulancevervoer als bedoeld in de Wet ambulancevervoer.

Autobus:
Motorvoertuig, ingericht voor het vervoer van meer dan 8 personen, de bestuurder daaronder niet begrepen.

Autosnelweg:
Weg, aangeduid door bord G1 (autosnelweg) van de bijlage I; langs auto(snel)wegen gelegen parkeerplaatsen, tankstations en bushalteplaatsen maken geen deel uit van de autosnelweg.

Autoweg:
Weg, aangeduid door bord G3 (autoweg) van de bijlage I; langs autowegen gelegen parkeerplaatsen, tankstations en bushalteplaatsen maken geen deel uit van de autoweg.

Bedrijfsauto:
Bedrijfsauto als bedoeld in artikel 1.1, onderdeel h, van het Regeling Voertuigen.

Bestelauto:
motorvoertuig, bestemd voor het vervoer van goederen, waarvan de toegestane maximum massa niet meer bedraagt dan 3500 kg.

Bestemmingsverkeer:
Bestuurders wier reisdoel een of meer bepaalde percelen die zijn gelegen aan of in de directe nabijheid van een weg met een door verkeerstekens aangegeven gesloten verklaring voor bepaalde categorieën bestuurders en die slechts via deze weg zijn te bereiken alsmede bestuurder van lijnbussen.

Dat is een hele mond vol. Als je reisdoel dus binnen een gesloten verklaring ligt (je woont er bijvoorbeeld) en je kunt er alleen maar via de gesloten verklaring komen, mag dit, indien bij de gesloten verklaring een bordje "bestemmingsverkeer uitgezonderd" is geplaatst.

Bestuurder van een motorvoertuig:

  1. Hij die het motorvoertuig bestuurt of
  2. voor zover het betreft een motorvoertuig voor het besturen waarvan een rijbewijs B, C, D en E is vereist en dat is voorzien van een dubbele bediening:
    1. hij die rijonderricht geeft of
    2. hij die toezicht houdt in het kader van een vanwege de overheid ingesteld onderzoek naar de rijvaardigheid, niet zijnde een onderzoek als bedoeld in artikel 131, eerste lid van de wet.

Ook weer zo'n mond vol. Er staat eigenlijk niet meer dan dat als bestuurder wordt aangemerkt de bestuurder zelf, (c.q. leerling), de rij-instructeur en de examinator.

Bestuurder:
Alle weggebruikers behalve voetgangers

Bevoegd gezag:
Gezag als bedoeld in artikel 18, eerste lid van de wegenverkeerswet.

Oftewel:

  1. Minister van Verkeer en Waterstaat
  2. Gedeputeerde staten
  3. Algemeen of dagelijks bestuur waterschap
  4. Gemeenteraad of B & W

Brombakfiets
Bromfiets op drie symmetrisch geplaatste wielen, met twee voorwielen met een diameter van meer dan 0,60 m, uitsluitend ingericht voor het vervoer van de bestuurder en van goederen en eventueel van een achter de bestuurdergezeten passagier;

Brommobiel:
Bromfiets op meer dan twee wielen, die is voorzien van een carrosserie.

Busbaan:
Rijbaan waarop het woord 'BUS' of 'LIJNBUS' is aangebracht.

Busstrook:
Door doorgetrokken of onderbroken strepen gemarkeerd gedeelte van de rijbaan waarop het woord 'BUS' of 'LIJNBUS' is aangebracht.

Dag:
De periode tussen zonsopgang en zonsondergang.

De rest van de dag valt onder nacht, logisch toch? Deze definitie bestond nog niet. Eerder moest van een half uur voor zonsondergang tot een half uur na zonsopkomst verlichting worden gevoerd. Dit is nu vervangen door "bij nacht".

Diensten voor spoedeisende medische hulpverlening
Ambulancediensten waaraan krachtens de Wet ambulancevervoer vergunning is verleend voor het verrichten van ambulancevervoer, alsmede daartoe uitgeruste voertuigen van andere hulpverleningsdiensten die zich in opdracht van een centrale post als bedoeld in artikel 1 van de Wet ambulancevervoer bezighouden met het verlenen van eerstelijns spoedeisende hulpverlening;

Dierenambulance
Motorvoertuig, ingericht en bestemd om te worden gebruikt voor het vervoer van zieke en gewonde dieren;

Doorgaande rijbaan:
Rijbaan zonder invoeg- en uitrijstrook.

Driewielig motorvoertuig:
Driewielig motorrijtuig als bedoeld in artikel 1.1 van de Regeling Voertuigen.

Fietsstrook:
Door doorgetrokken of onderbroken strepen gemarkeerd gedeelte van de rijbaan waarop afbeeldingen van een fiets zijn aangebracht.

Er moet dus wel een fiets op geschilderd zijn om als fietsstrook door te gaan.

Gehandicaptenvoertuig:
Voertuig dat is ingericht voor het vervoer van een gehandicapte,

  • niet breder is dan 1,10 m en
  • niet is uitgerust met een motor,
  • dan wel is uitgerust met een motor waarvan de door de constructie bepaalde maximum snelheid niet meer dan 45 km/h bedraagt

en geen bromfiets zijnde.

Geslotenverklaring:
Verbod de betrokken weg in te rijden of in te gaan alsmede de betrokken weg te gebruiken.

Hiermee is tevens het in het gebied geparkeerd staan een overtreding van de geslotenverklaring, immers men heeft dit bord gepasseerd om in het gebied te parkeren.

Haaietanden:
Voorrangsdriehoeken op het wegdek.

In artikel 80 van het RVV wordt gezegd, dat haaientanden een zelfstandige betekenis hebben. Alleen het aanbrengen van haaientanden is dus in principe voldoende om de voorrang te regelen, er hoeft dus geen bord meer bij te staan. Het gebruik van alleen haaientanden zal echter zeer gering zijn, als het sneeuwt zal het schilderwerk niet zichtbaar zijn en dus een gevaarlijke situatie kunnen opleveren.

De Hoge Raad heeft besloten, dat een voertuig pas is ingericht voor het vervoer van een invalide wanneer aan het voertuig een bijzondere, aan het lichamelijk gebrek van de bestuurder aangepaste voorziening is aangebracht.

Invoegstrook:
Door een blokmarkering van de doorgaande rijbaan afgescheiden weggedeelte dat is bestemd voor bestuurder die de doorgaande rijbaan oprijden.

Kruispunt:
Kruising of splitsing van wegen.

Ligplaats:
Ligplaats als bedoeld in artikel 1.1 van de Regeling voertuigen;

Lijnbus:
Motorvoertuig, gebezigd voor het verrichten van openbaar vervoer in de zin van de Wet Personenvervoer 2000.

    In de zin van de Wet Personenvervoer wil zeggen, dat er sprake moet zijn van een dienstregeling. Dit kan dus ook een "VW-busje" zijn. Een normale taxi valt hier dus niet onder.

     

    Militaire colonne:
    Een aantal zich achter elkaar bevindende militaire dan wel bij een onderdeel van de rampenbestrijdingsorganisatie in gebruik zijnde motorvoertuigen, onder één commando, die de door Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Defensie vastgestelde herkenningstekens voeren.

    Door militairen te voet gevormde marscolonnes vallen niet meer onder het begrip militaire colonne, maar onder door voetgangers gevormde marscolonnes.

    Motorfiets:
    Motorvoertuig op twee wielen al dan niet met zijspan- of aanhangwagen.

    Een motorfiets met aanhangwagen blijft dus gewoon een motorfiets.

    Motorvoertuigen:
    Alle gemotoriseerde voertuigen behalve bromfietsen, fietsen met trapondersteuning en invalidenvoertuigen, bestemd om anders dan langs rails te worden voortbewogen.

    Een trolleybus is dus een motorvoertuig, een tram dus niet. Een handwagen met motorvermogen (bestaan die nog) is dus een motorvoertuig en volgt dus de voorrangsregels als motorvoertuig.

    Nacht
    de periode tussen zonsondergang en zonsopgang;

    Overweg:
    Kruising van een weg en een spoorweg die wordt aangeduid door middel van bord J12 of J13 van bijlage 1.

    Parkeerhaven of parkeerstrook
    Langs de rijbaan gelegen verharding die is bestemd voor stilstaande of geparkeerde voertuigen.

    Parkeren:
    Het laten staan van een voertuig anders dan gedurende de tijd die nodig is

    • voor het onmiddellijk in- en uitstappen van passagiers of
    • voor het onmiddellijk laden of lossen van goederen.

    Een voertuig van het ene parkeervak overbrengen naar en ander parkeervak zonder deel te nemen aan rijdend verkeer blijft parkeren(arrest Hoge Raad). Het ophalen van een kentekenbewijs is geen laden of lossen. (ook een arrest van de Hoge Raad)

    Personenauto
    Personenauto als bedoeld in artikel 1.1 van de Regeling voertuigen;

    Puntstuk:
    Meerhoekig vlak op het wegdek, opgenomen bij splitsingen of samenvoegingen van wegen, rijstroken of rijbanen;

    Rijbaan:
    Elk voor rijdende voertuigen bestemd weggedeelte met uitzondering van de fietspaden en de fiets/bromfietspaden.

    Een fietspad is dus geen rijbaan, maar een pad. Een vluchtstrook hoort niet bij de rijbaan, indien deze door een doorgetrokken streep van de rijbaan is afgescheiden.

    Het fiets/bromfietspad is nieuw. Met ingang van 15 december moeten bromfietsen binnen de bebouwde kom de rijbaan volgen. De wegbeheerder kan door middel van bebording bromfietsers binnen de bebouwde kom toch het fietspad laten volgen. Deze paden worden dan fiets/bromfietspaden genoemd.

    Rijstrook:
    Door doorgetrokken of onderbroken strepen gemarkeerd gedeelte van de rijbaan van zodanige breedte dat bestuurders van motorvoertuigen op meer dan twee wielen daarvan gebruik kunnen maken.

    Een fietsstrook is dus geen rijstrook, omdat deze in de regel te smal is. De fietsstrook hoort wel bij de rijbaan.

    Snorfiets
    Bromfiets die blijkens de gegevens in het kentekenregister of het voor het voertuig afgegeven kentekenbewijs is geconstrueerd voor een maximumsnelheid die niet meer bedraagt dan 25 km/h;

    Spitsstrook
    De vluchtstrook die als rijstrook is aangewezen blijkens bord C23-01 van bijlage 1;

    T100-bus:

    Bus, ten aanzien waarvan uit een aantekening op het kentekenbewijs dan wel uit het kentekenregister blijkt dat hij zodanig is ingericht dat hij in aanmerking komt voor een maximumsnelheid van 100 km/h;

    Met een T100-bus als bedoeld in dit besluit wordt gelijkgesteld een autobus die is geregistreerd in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een daartoe strekkend of mede daartoe strekkend Verdrag dat Nederland bindt en ten aanzien waarvan uit het kentekenbewijs of uit een verklaring afgegeven door een onafhankelijke keuringsinstelling, afgegeven op basis van onderzoekingen die een beschermingsniveau bieden dat ten minste gelijkwaardig is aan het niveau dat met de nationale onderzoekingen wordt nagestreefd, blijkt dat de autobus geschikt is voor een maximumsnelheid van 100 kilometer per uur.

    Uitrijstrook:
    Door een blokmarkering van de doorgaande rijbaan afgescheiden weggedeelte dat is bestemd voor bestuurders die de doorgaande rijbaan verlaten.

    Uitvaartstoet van motorvoertuigen:
    Een stoet, bestaande uit motorvoertuigen, die een lijk als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, van de Wet op de lijkbezorging of de as van een gecremeerd lijk begeleiden en die de in artikel 30c bedoelde herkenningstekens voeren;

    Veiligheidscel:
    Onderdeel van de constructie van een bromfiets, een motorfiets of een driewielig motorvoertuig dat de bestuurder of passagiers beschermt tegen hoofdletsel.

    Verdrijvingvlak:
    Gedeelte van de rijbaan waarop schuine strepen zijn aangebracht.

    Ingevolge artikel 7 van het RVV mogen deze door bestuurders niet worden gebruikt. Hiermee voorkomt men namelijk gevaarlijk en hinderlijk inhalen vlak voor of op een kruising. Een geheel wit geschilderd vlak is dus geen verdrijvingvlak.

    Verkeer:
    Alle weggebruikers.

    Verkeersregelaar
    Persoon als bedoeld in artikel 1, onderdeel f, van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer;

    Verlicht transparant:
    Verlicht transparant als bedoeld in artikel 1.1, onderdeel bb1, van de Regeling Voertuigen.

    Vluchthaven of vluchtstrook:
    Door een doorgetrokken streep van de rijbaan van de auto(snel)weg afgescheiden weggedeelte, dat is bestemd voor gebruik in noodgevallen.

    Vluchthavens kunnen langs de autoweg zijn aangeduid door middel van een bordje met daarop een auto met open motorkap.

    Voertuigen:
    Fietsen, bromfietsen, gehandicaptenvoertuigen, motorvoertuigen, trams en wagens.

    U zult denken, dat is toch alles, maar met deze omschrijving wordt voorkomen, dat bijvoorbeeld een kinderwagen of skeelers onder het begrip voertuigen vallen. Overigens zijn kruiwagens geen wagens in de zin van het begrip voertuig.

    Voorrang verlenen:
    Het de betrokkene bestuurders in staat stellen ongehinderd hun weg te vervolgen.

    Geregeld denken bestuurders voorrang te verlenen door op het laatste moment hard af te remmen en op tijd stil te staan. Dit brengt vaak een schrikreactie teweeg bij degene die de voorrang geniet. Er is dan geen sprake van voorrang verlenen.

    Voorrangsvoertuig:
    Motorvoertuig dat de optische en geluidssignalen voert als bedoeld in artikel 29 RVV.

    In art. 29 staat wie allemaal deze signalen mogen voeren (politie, brandweer, ziekenauto) en wanneer zij dit mag doen. (uitoefening dringende taak).

    Indien een auto deze signalen voert moet de weggebruiker er van uit gaan, dat het een voorrangsvoertuig is. Ook als is deze niet als zodanig herkenbaar, het voeren van de signalen maakt het voertuig een voorrangsvoertuig.

    Vrachtauto:
    Motorvoertuig, niet ingericht voor het vervoer van personen, waarvan de massa van het ledige gewicht vermeerderd met het laadvermogen meer bedraagt dan 3500 kilogram.

    Weggebruikers:

    • voetgangers
    • fietsers
    • bromfietsers
    • bestuurders van
    • invalidenvoertuig
    • motorvoertuig
    • tram
    • bespannen of onbespannen wagens
    • ruiters
    • geleiders rij- of trekdieren of vee

    Wet:
    Wegenverkeerswet 1994

    Zitplaats:
    Zitplaats als bedoeld in artikel 1.1 van de Regeling Voertuigen;

    Politiesites