Per 1 april 2008 zou het handsfree bellen ook voor snorfietsers gelden, maar deze regel is op het laatste moment ingetrokken.

Artikel 61a: mobiele communicatie

Het is degene die een

  • motorvoertuig,
  • bromfiets
  • snorfiets
  • gehandicaptenvoertuig dat is uitgerust met een motor

bestuurt verboden tijdens het rijden een mobiele telefoon vast te houden.

Het handmatige telefoneren en het gelijktijdig besturen van een motorvoertuig, gehandicaptenvoertuig, snorfiets of bromfiets vormt een gevaar voor de verkeersveiligheid. De Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid schat dat per jaar in het verkeer enkele tientallen doden en bijna driehonderd gewonden vallen door het gebruik van de mobiele telefoon.

De oorzaak hiervan is gelegen in een tweetal factoren.

  1. bij het handmatig telefoneren – vaak gedurende enige tijd – slechts één hand beschikbaar voor het verrichten van de noodzakelijke verkeershandelingen.
  2. De aandacht van de bestuurder wordt door het voeren van een telefoongesprek afgeleid van de verkeerssituatie.

Door de combinatie van deze twee factoren ontstaat een groot risico voor de verkeersveiligheid.

Dit artikel richt zich tot degene die een motorvoertuig, gehandicaptenvoertuig of bromfiets bestuurt. Het verbod is niet van toepassing op fietsers omdat deze, gelet op hun geringe gewicht en de beperkte snelheid die ermee kan worden bereikt, aanzienlijk minder gevaar op de weg opleveren. Overigens blijft artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994 hier wel van toepassing. Dat betekent dat indien een fietser door het gebruik van een mobiele telefoon gevaar of hinder op de weg veroorzaakt, hij een strafbaar feit pleegt en daarvoor kan worden veroordeeld.

Het gaat om degene die daadwerkelijk achter het stuur zit, de feitelijk bestuurder. Het verbod is dus niet van toepassing op de rij-instructeur.

Het verbod beperkt zich tot die gevallen waarin deze bestuurders rijdend deelnemen aan het verkeer. Wie het voertuig heeft geparkeerd of daarmee stilstaat mag dus wel handmatig gebruik maken van een mobiele telefoon.

In artikel 61a RVV 1990 wordt gesproken van het vasthouden van een mobiele telefoon en niet van telefoneren. Hiervoor zijn verschillende redenen te geven.

  1. Ten eerste wordt hiermee de afwijzing van het fysieke aspect van het handmatig telefoneren beter tot uitdrukking gebracht. Onder vasthouden wordt verstaan het in de hand houden, het tussen oor en schouder geklemd houden etc.
  2. Ten tweede kan bij de term telefoneren onduidelijkheid bestaan wanneer daarvan sprake is. Is dat op het moment dat de telefoon ter hand wordt genomen, een nummer wordt ingetoetst of bijvoorbeeld op het moment dat de verbinding tot stand komt.
  3. Ten derde wordt met de term telefoneren de reikwijdte beperkt tot de overdracht van spraak. Door de gekozen formulering van artikel 61a RVV 1990 wordt tevens het verzenden of ontvangen en lezen van SMS-berichten of e-mailberichten of het internetten met een mobiele telefoon tijdens het rijden onder de verbodsbepaling gebracht.

Onder mobiele telefoon wordt verstaan een apparaat dat bestemd is voor het gebruik van mobiele openbare telecommunicatiediensten. Hieronder vallen niet de zogenoemde 27MC-bakkies. Deze maken immers geen gebruik van het mobiele telecommunicatienetwerk. Ook apparaten die worden gebruikt ten behoeve van het gesloten netwerkverkeer, zoals mobilofoons van de politie en taxichauffeurs, vallen hier niet onder.

Politiesites