Afstand houden en de verschillende maximum te rijden snelheden.

art. 19: Afstand houden

De bestuurder moet in staat zijn het voertuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij de weg kan overzien en waarover deze vrij is.

bumperklevenHiermee wordt uiteraard het bumperkleven mee bedoeld. Een groot deel van de aanrijdingen is te wijten aan de overtreding van deze regel. Men rijdt te kort achter elkaar aan. Een goede vuistregel is de helft van de gereden snelheid, maar dan in meters.

Oftewel, bij 90 km/h moet de onderlinge afstand minimaal 45 meter zijn. Uitgaande van een reactietijd van 1 seconde heeft een bestuurder bij 90 km/h al 25 meter nodig voordat hij de voet op het rempedaal heeft staan.

Indien een auto dus binnen die afstand achter de voorligger rijdt, is een aanrijding bij een evt. noodstop van de voorligger onvermijdelijk.

art. 20: Binnen bebouwde kom

Binnen de bebouwde kom gelden de volgende maximumsnelheden:

  • Voor motorvoertuigen: 50 km/h
  • voor bromfietsen en gehandicaptenvoertuigen, uitgerust met een motor:
    1. op het fietspad of het fiets/bromfietspad 30 km per uur;
    2. op de rijbaan 45 km per uur;
  • voor gehandicaptenvoertuigen, uitgerust met een motor, op het trottoir of het voetpad 6 km per uur.

Door middel van borden kunnen afwijkende snelheden worden aangegeven. Bijvoorbeeld in 30 km/h gebieden of op in- en uitvalswegen van autosnelwegen of op ringwegen etc.

art. 21: Buiten bebouwde kom

Buiten de bebouwde kom gelden de volgende maximumsnelheden:

  • Motorvoertuigen op autosnelwegen: 130 km/h
  • Motorvoertuigen op autowegen: 100 km/h
  • Motorvoertuigen op andere wegen: 80 km/h
  • Bromfietsen en gehandicaptenvoertuigen, uitgerust met een motor:
    1. op het fietspad of het fiets/bromfietspad 40 km per uur;
    2. op de rijbaan 45 km per uur;
  • Gehandicaptenvoertuigen, uitgerust met een motor, op het trottoir of het voetpad 6 km per uur.

In artikel 20 en 21 RVV 1990 is de maximumsnelheid van de bromfiets geregeld. Voorheen was de maximumsnelheid van de bromfiets 30 km per uur binnen de bebouwde kom en 40 km per uur daarbuiten. Directe aanleiding voor de wijziging van het snelheidsregime van de bromfiets is geweest dat de bromfiets sinds enige tijd op de meeste laatsen binnen de bebouwde kom op de rijbaan moet rijden in plaats van op het fietspad.

Door het verhogen van de maximumsnelheid van de bromfiets op de rijbaan tot 45 km per uur zijn de snelheidsverschillen tussen bromfietsers en het autoverkeer op de rijbaan zowel binnen als buiten de bebouwde kom verkleind, hetgeen de veiligheid en de doorstroming van het verkeer ten goede komt.

Bromfietsers die op de rijbaan beter kunnen meekomen met het autoverkeer rijden meer tússen de auto’s dan rechts ervan, waardoor minder aanrijdingen plaatsvinden tussen rechtsafslaande auto’s en rechtdoorgaande bromfietsers.

Ditzelfde speelt uiteraard op wegen zonder fietspaden. Waar een lagere algemene snelheidslimiet van toepassing is (bijvoorbeeld in 30 km-gebieden), geldt deze limiet vanzelfsprekend ook voor de bromfiets.

De maximumsnelheid van 45 km per uur op de rijbaan is gelijk aan de constructiesnelheid van de bromfiets en ook gelijk aan de maximumsnelheid die reeds voor brommobielen geldt. De maximumsnelheid van de bromfiets op het fiets/bromfietspad is 30 km per uur binnen de bebouwde kom en 40 km per uur buiten de bebouwde kom.


Hiermee wordt duidelijk gemaakt dat waar de bromfiets zich op het gebied bevindt dat bij uitstek voor langzaam verkeer is bedoeld, uit overwegingen van verkeersveiligheid een verhoging van de snelheidslimiet niet aan de orde is geweest. De maximumsnelheid van gehandicaptenvoertuigen op de rijbaan, die in het RVV 1990 hetzelfde snelheidsregime kennen als de bromfiets, is op dezelfde manier gewijzigd.

Artikel 7 RVV 1990 staat het bestuurders van een gehandicaptenvoertuig toe het trottoir en het voetpad te gebruiken. Bestuurders van een gehandicaptenvoertuig, dat is uitgerust met een motor, kunnen daarmee snelheden bereiken die de snelheid van voetgangers ver te boven gaan.

Daardoor kunnen op het trottoir en het voetpad gemakkelijk situaties ontstaan die vooral voor voetgangers tot letsel kunnen leiden. Omdat dit vanuit een oogpunt van verkeersveiligheid onwenselijk is, mogen ingevolge het toegevoegde onderdeel c in artikel 20 RVV 1990 bestuurders van een gehandicaptenvoertuig, dat is uitgerust met en motor, op het trottoir en het voetpad niet sneller rijden dan 6 km per uur. Die snelheid komt overeen met de gemiddelde snelheid van een voetganger.


Op matrixborden vermelde snelheden zijn geen adviessnelheid meer, maar geven de maximum te rijden snelheid aan.

art. 22: Andere snelheden

  1. Voor zover niet ingevolge andere artikelen een lagere maximumsnelheid geldt, gelden voor de volgende voertuigen de volgende bijzondere maximumsnelheden:
    1. voor kampeerwagens als bedoeld in artikel 1.1. van de Regeling voertuigen en waarvan de toegestane maximum massa meer bedraagt dan 3500 kg, vrachtauto’s en autobussen, niet zijnde T100-bussen 80 km per uur;
    2. voor motorvoertuigen met aanhangwagen, 80 km per uur;
    3. voor landbouw- of bosbouwtrekkers en motorvoertuigen met beperkte snelheid, als bedoeld in artikel 1.1 van de Regeling voertuigen 25 km per uur;
    4. voor brommobielen 45 km per uur;
    5. voor snorfietsen 25 km per uur.
  2. In afwijking van het eerste lid, onderdeel b, geldt voor andere motorvoertuigen dan bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en c, die een aanhangwagen met een toegestane maximum massa van niet meer dan 3500 kg voortbewegen op autowegen en autosnelwegen een maximumsnelheid van 90 km per uur.

De maximum snelheid voor tractoren was altijd 16 km/h, nu mogen ze 25 km/h. Per 1 mei 2009 mogen voertuigen met een lichte aanhangwagen (minder dan 3500 kilo) en lichte kampeeraagens (onder 3500 kilo) 90 km/h op de auto(snel)weg.

Artikel 22a: T100-bus

Voor zover niet ingevolge andere artikelen een lagere maximumsnelheid geldt, geldt voor T100-bussen een maximumsnelheid van 100 kilometer per uur.

In de praktijk is gebleken dat er onduidelijkheid was ten aanzien van de maximumsnelheid van T100-bussen op autowegen. Door middel van de wijziging van artikel 22, onderdeel a, RVV 1990 in samenhang met artikel 22a RVV 1990 is verduidelijkt dat de maximumsnelheid van T100-bussen op autowegen net zo hoog is als die op autosnelwegen, te weten 100 km per uur.

Samenvatting:

Tabel snelheden

Voor al onze Helden

Het coronavirus domineert momenteel het nieuws. Als er mensen op dit moment in het zonnetje gezet moeten worden dan zijn het wel degenen die werkzaam zijn in de vitale beroepen.

Deze mensen verdienen veel dank omdat zij:

  • hun verlof opgeven
  • overuren draaien
  • de grootste kans op besmetting voor lief nemen
  • bij thuiskomst lege schappen in de supermarkt aantreffen door de hamsterwoede van landgenoten.

Wij willen alle mensen die werken bij het RIVM, de GGD, GGZ, de brandweer, de politie, de kinderopvang, verpleegtehuizen, zorginstellingen, supermarkten, maar ook de huisartsen, laboranten, doktersassistenten, defensie, vrijwilligers en alle anderen die zich inzetten heel erg bedanken.

Bedankt dat u kiest voor het verlenen van zorg en het veiliger maken van Nederland in een periode waar Corona ons welzijn, onze dierbaren en onze welvaart aantast.

Team Infopolitie

 

Politiesites

Cookies

Wij gebruiken cookies om de website goed te laten werken en om volledig anoniem het gebruik van onze website te analyseren. Met uw toestemming plaatsen we ook cookies van derden. Door op "Accepteren" te klikken geeft u toestemming voor het plaatsen van deze derden cookies. Klikt u op "Weigeren", dan worden deze cookies niet geplaatst.