Per 1 april 2008 is de regel voor de doorgetrokken streep aangepast en is het puntstuk ingevoerd.

Artikel 76. Doorgetrokken streep

  1. Een doorgetrokken streep die zich niet langs de rand van de rijbaanverharding bevindt, heeft de volgende betekenis:
    1. indien de streep zich bevindt tussen rijstroken dan wel op paden, met verkeer in beide richtingen: bestuurders mogen de streep niet naar links overschrijden en zich niet links van de streep bevinden, tenzij aan de rechterzijde van de doorgetrokken streep een onderbroken streep is aangebracht;
    2. indien de streep zich bevindt tussen rijstroken dan wel op paden, voor verkeer in één richting: bestuurders mogen de streep niet overschrijden, tenzij tussen de bestuurder en de doorgetrokken streep een onderbroken streep is aangebracht.
  2. Indien de streep zich bevindt tussen de naast de spitsstrook gelegen rijstroken en spitsstroken: bestuurders mogen de doorgetrokken streep overschrijden.

Een doorgetrokken streep houdt ook in, dat op die plek niet linksaf geslagen mag worden om een inrit op te rijden.

Artikel 76 RVV 1990 regelt wanneer bestuurders een doorgetrokken streep al dan niet links mogen overschrijden. Er is veel discussie ontstaan over de zogenaamde dubbele doorgetrokken streep, de doorgetrokken streep waarbij aan de linker zijde daarvan nog een doorgetrokken streep is aangebracht.

Het op 8 november 1969 te Wenen gesloten Verdrag inzake verkeerstekens (Trb 1974, 36) bepaalt in artikel 26 dat in dergelijke gevallen een teken in de lengterichting op het wegdek bestaande uit twee doorgetrokken strepen dezelfde betekenis heeft als één doorgetrokken streep.

Artikel 30 van het verdrag meldt dat Bijlage 8 bij dit verdrag een aantal aanbevelingen bevat met betrekking tot de indeling en de ontwerpen voor tekens die op het wegdek worden aangebracht. Bijlage 8, hoofdstuk II, onderdeel A, onderdeel 3, bij het verdrag bepaalt dat de afstand tussen twee langs elkaar lopende strepen in de lengterichting ten minste 10 cm en ten hoogste 18 cm mag bedragen.

Tevens bestond daarna discussie over de geldigheid en werking van een dubbele doorgetrokken streep waarbij de afstand tussen de twee langs elkaar lopende strepen meer dan 18 cm bedraagt. Op 9 februari 2005 heeft het Gerechtshof te Leeuwarden hierover een uitspraak gedaan. Betrokkene bestreed dat er sprake was van een dubbele doorgetrokken streep als bedoeld in artikel 76 RVV 1990 omdat de rijbaan op de plek waar hij zich bevond verdeeld was in twee rijstroken, ieder voor verkeer in één richting, gescheiden door een middengedeelte met een breedte van ongeveer 1,10 meter, deels 0,90 meter.

Het gerechtshof wijst er op dat het in zijn eerdere arresten voor de vraag of er sprake is van een doorgetrokken streep, bepalend heeft geacht of de wegmarkering zich aan de gemiddelde weggebruiker voordoet als een doorgetrokken streep in de zin van artikel 76 RVV 1990. Daarbij staat het niet ter beoordeling van de weggebruiker of een verkeersteken overeenkomstig de voorschriften is geplaatst.

Een en ander betekent, dat voor de vraag of er sprake is van een doorgetrokken streep niet bepalend is of de tussenruimte tussen de doorgetrokken dubbele streep in overeenstemming is met het Verdrag van Wenen inzake verkeerstekens, zolang de wegmarkering zich aan de weggebruiker voordoet als een doorgetrokken streep. In casu betrof het een weg waarin de rijstroken van elkaar worden afgescheiden door een afgegrensde tussenruimte en waarin de belijning zich daarom niet voordoet als een dubbele asstreep tussen rijstroken.

Het hof vindt dat er daarom geen sprake is van een doorgetrokken streep als bedoeld in artikel 76 RVV 1990, nu deze zich niet bevindt tussen rijstroken of paden zoals in dat artikel wordt bedoeld. Het hof constateert vervolgens dat de inrichting van de weg zodanig is dat duidelijk is dat de rijstroken gescheiden dienen te zijn.

aarmee zijn de doorgetrokken strepen te beschouwen als aan de linkerkant van het voor het in die richting rijdende verkeer bestemde gedeelte van de rijbaan aanwezige kantstrepen. Deze kantstrepen scheiden het niet voor het rijverkeer bestemde en dus niet van de rijbaan deel uitmakende middengedeelte af van het deel van de rijbaan, als ware het een middenberm.

Voorzover de betrokkene zich heeft bevonden op het tussengedeelte tussen de beide rijrichtingen, heeft hij daarom gehandeld in strijd met het bepaalde in artikel 10, eerste lid, RVV 1990 (bestuurders zijn verplicht de rijbaan te gebruiken). Voorzover de betrokkene zich heeft bevonden op het gedeelte van de weg bestemd voor het verkeer in tegenovergestelde richting, heeft hij gehandeld in strijd met het bepaalde in artikel 3, eerste lid, RVV 1990 (bestuurders zijn verplicht zoveel mogelijk rechts te houden).

Vanuit een oogpunt van handhaving is het onwenselijk dat een bestuurder die inhaalt, wordt beboet niet voor het tijdens het inhalen overschrijden van een doorgetrokken streep maar voor het niet zoveel mogelijk rechts houden. Met de betrokken wijziging is daarom beoogd te regelen dat elke situatie waarin er sprake is van een doorgetrokken streep die zich niet langs de rand van de rijbaanverharding bevindt, deze niet links mag worden overschreden, tenzij tussen de bestuurder en de doorgetrokken streep een onderbroken streep is aangebracht.

Artikel 77. Verdrijvingvakken

  1. Bestuurders mogen verdrijvingsvlakken en puntstukken niet gebruiken.
  2. Het eerste lid is niet van toepassing wanneer bestuurders een spitsstrook volgen die een splitsing of samenvoeging van wegen, rijstroken of rijbanen passeert.
  3. Het eerste lid is niet van toepassing wanneer bestuurders rechtmatig een busbaan of busstrook volgen die een splitsing of samenvoeging van wegen, rijstroken of rijbanen passeert.

In het arrest van de HR van 14 maart 2000 (VR 2000, 19) heeft deze uitgesproken dat een puntstuk, een wit driehoekig vlak op het wegdek, niet kan worden beschouwd als een weggedeelte dat voor rijdende voertuigen op een van die wegen bestemd is.

Op grond van artikel 10, eerste lid, RVV 1990 was het bestuurders toegestaan te parkeren op een puntstuk, zoals een convergentie- of een divergentievlak. Dit omvat het parkeren en het stilstaan op het puntstuk. In de praktijk gebeurt dit ook en dan met name in de binnenstad van de grote steden. Ook wordt het puntstuk op een autosnelweg vaak gebruikt om uit te voegen.

Een en ander is vanuit een oogpunt van verkeersveiligheid ongewenst. Door de wijziging van artikel 77 RVV 1990 is het bestuurders daarom verboden de puntstukken te gebruiken. In artikel 1 RVV 1990 is een nieuw onderdeel opgenomen ter definitie van wat onder een puntstuk wordt verstaan. Het puntstuk is gedefinieerd als een meerhoekig vlak op een weggedeelte, opgenomen bij splitsingen of samenvoegingen van wegen, rijstroken of rijbanen.

Voor deze omschrijving is gekozen, omdat deze vlakken op andere plaatsen dan bij aansluitingen of splitsingen van wegen steeds vaker worden aangetroffen en afhankelijk van de situatie ook in andere verschijningsvormen dan driehoekig worden aangebracht, zoals rechthoekig en trapeziumvormig. Het vlak is meestal wit geschilderd, maar ook andere kleuren komen voor. Ook komt het voor dat het vlak alleen door middel van belijning wordt aangegeven.

Het verbod geldt niet waar dit niet zinvol is, dan wel niet kan worden gehandhaafd: in het geval dat bestuurders een spitsstrook volgen die bijvoorbeeld een aansluiting passeert, is het onvermijdelijk dat de bestuurder over het puntstuk rijdt dat de aansluiting van de spitsstrook scheidt.

Artikel 78. Voorsorteervakken

  1. Bestuurders die de rijbaan volgen zijn verplicht op een kruispunt de richting te volgen die de voorsorteerstrook waarop zij zich bevinden aangeeft. Een in een voorsorteerstrook gelegen fietsstrook maakt deel uit van deze voorsorteerstrook.
  2. Bestuurders die de doorgaande rijbaan verlaten en daartoe een uitrijstrook volgen, zijn ter hoogte van de daarin aangebrachte pijlen verplicht om de richting te volgen die de uitrijstrook waarop zij zich bevinden, aangeeft.

Artikel 78 RVV 1990 bevat de verplichting voor bestuurders van motorvoertuigen en bromfietsers die de rijbaan volgen de richting te volgen die de voorsorteerstrook waarop zij zich bevinden aangeeft. De achterliggende reden is dat bromfietsers indien zij op de rijbaan rijden, de regels volgen die ook voor het overige verkeer op de rijbaan gelden.

Omdat er echter meer categorieën verkeersdeelnemers zijn, die – al dan niet onder bepaalde omstandigheden – gebruik mogen maken van de rijbaan (bijvoorbeeld fietsers (artikel 5, tweede lid, RVV 1990) en bestuurders van een gehandicaptenvoertuig (artikel 7)), is de verplichting door middel van de onderhavige wijziging uitgebreid tot alle bestuurders die de rijbaan volgen.

Aangezien het de bedoeling is, dat fietsers, die zich op een fietsstrook bevinden, die in een voorsorteervak ligt, de richting van het voorsorteervak volgen, is expliciet aangegeven, dat deze fietsstrook onderdeel uitmaakt van het voorsorteervak.

In de praktijk blijkt het steeds vaker voor te komen, dat bestuurders de uitrijstrook gebruiken om op het laatste moment op de doorgaande rijbaan in te voegen, met name als deze onderdeel uitmaakt van een gecombineerde invoeg- en uitrijstrook (weefvak). Dit gedrag leidt tot een verstoring van de doorstroming op de doorgaande rijbaan en mogelijk tot irritatie bij andere bestuurders en is daarom en mede uit oogpunt van verkeersveiligheid niet gewenst. Door de in artikel 78, tweede lid RVV 990 opgenomen verplichting om de eenmaal gekozen richting te volgen, is dit gedrag verboden.

Het RVV 1990 kent geen definitie van een uitvoegstrook, maar kent wel een definitie van een uitrijstrook (art. 1, onderdeel ag). Deze definitie spreekt over een weggedeelte, dat bestemd is voor bestuurders, die de doorgaande rijbaan verlaten. Echter, als er sprake is van een invoegstrook, is het onduidelijk waar deze eindigt en overgaat in een uitrijstrook, het zogenaamde weefvak. Om misverstanden te voorkomen geldt de verplichting de richting van de uitrijstrook te volgen vanaf de hoogte van de op de rijstrook aangebrachte pijlen.

Artikel 79. Stopstreep

Bestuurders moeten voor een voor hen bestemde stopstreep stoppen, indien stoppen op grond van dit besluit is verplicht.

Als er gestopt moet worden, moet dit voor de stopstreep gebeuren.

Artikel 80. Haaientanden

Haaientanden hebben de volgende betekenis: De bestuurders moeten voorrang verlenen aan bestuurders op de kruisende weg.

Haaientanden hebben dus een zelfstandige betekenis. Er hoeft geen voorrangsbord meer bij te staan.

Artikel 81. Busbanen/Busstroken

Busbanen en busstroken, waarop het woord "BUS" is aangebracht mogen slechts worden gebruikt door bestuurders van een lijnbus, een autobus of een tram.

Busbanen en busstroken, waarop het woord "LIJNBUS" is aangebracht mogen slechts worden gebruikt door bestuurders van een lijnbus of een tram.

Artikel 81 RVV 1990 bepaalde dat een (lijn)busbaan slechts door bestuurders van een autobus en een (lijn)bus mogen worden gebruikt. Die banen mochten dus niet worden gebruikt door bestuurders van een tram. In de grote steden komt het echter vaak voor dat de (lijn)busbaan wel door trams wordt bereden. Met de onderhavige wijziging komt het RVV 1990 met die praktijk in overeenstemming.

Voor al onze Helden

Het coronavirus domineert momenteel het nieuws. Als er mensen op dit moment in het zonnetje gezet moeten worden dan zijn het wel degenen die werkzaam zijn in de vitale beroepen.

Deze mensen verdienen veel dank omdat zij:

  • hun verlof opgeven
  • overuren draaien
  • de grootste kans op besmetting voor lief nemen
  • bij thuiskomst lege schappen in de supermarkt aantreffen door de hamsterwoede van landgenoten.

Wij willen alle mensen die werken bij het RIVM, de GGD, GGZ, de brandweer, de politie, de kinderopvang, verpleegtehuizen, zorginstellingen, supermarkten, maar ook de huisartsen, laboranten, doktersassistenten, defensie, vrijwilligers en alle anderen die zich inzetten heel erg bedanken.

Bedankt dat u kiest voor het verlenen van zorg en het veiliger maken van Nederland in een periode waar Corona ons welzijn, onze dierbaren en onze welvaart aantast.

Team Infopolitie

 

Politiesites

Cookies

Wij gebruiken cookies om de website goed te laten werken en om volledig anoniem het gebruik van onze website te analyseren. Met uw toestemming plaatsen we ook cookies van derden. Door op "Accepteren" te klikken geeft u toestemming voor het plaatsen van deze derden cookies. Klikt u op "Weigeren", dan worden deze cookies niet geplaatst.