Elk jaar raken een aantal keren paardentrailers betrokken bij een verkeersongeval. Het leed is vaak niet te overzien voor de paardenbezitter, daar zo'n ongeval meestal een fatale afloop heeft voor het paard. Daarom is het belagrijk om met goed materiaal op pad te gaan. Vervoer van paarden is het vervoer van levende have. Dieren bewegen in de trailer en gedragen zich anders dan vaste lading. Het vereist dus een voorzichtige en rustige rijstijl, omdat het zwaartepunt van de aanhanger zich steeds veplaatst hetgeen effect kan hebben op de stabiliteit van de combinatie.

 Maar laten we beginnen bij het begin: de bestuurder en zijn rijbewijzen

Rijbewijzen

In de praktijk blijkt dat veel bestuurders nog steeds niet weten, wanneer nu een categorie E vereist is.

Aanhanger gebruiken met rijbewijs B

U mag met rijbewijs B in de volgende situaties een aanhanger gebruiken:

  • 1. De toegestane maximummassa van aanhangwagen of oplegger is minder dan 750 kilo. De toegestane maximummassa is het lege gewicht + het laadvermogen van de aanhanger.
  • 2. Is de aanhanger of oplegger zwaarder dan 750 kilo? Dan is rijbewijs B toegestaan, als de toegestane maximummassa van de auto en aanhanger samen niet meer bedraagt dan 3.500 kilo.

De aanhangwagen of oplegger mag soms zwaarder zijn dan de lege auto met uitsluitend een rijbewijs B. Uit het kentekenbewijs van de auto moet dan wel blijken dat de auto een dergelijke zware aanhangwagen of oplegger mag trekken en het geheel van de combinatie moet onder de 3500 kg blijven. Tot 19 januari 2013 moest de aanhanger of oplegger lichter zijn dan de ledige massa van de trekkende auto (dat is het gewicht zonder lading en inzittenden).

Wat nu als de massa van de combinatie boven de 3500 kg komt?

De aanhanger of oplegger bij rijbewijscategorie BE mag sinds 19 januari 2013 niet meer wegen dan 3500 kg (toegestane maximummassa). Alleen onder bepaalde voorwaarden mag de aanhanger op oplegger zwaarder zijn dan 3.500 kg. Overschrijdt uw voertuig met oplegger of aanhanger deze eisen? Dan heeft u een rijbewijs C1E nodig.

Was u vóór 19 januari 2013 al in het bezit van een rijbewijs BE? Dan blijven voor u de oude regels van kracht. Voor u geldt dan geen maximumgewicht voor aanhanger of oplegger. Lees voor meer informatie de brochure Nieuwe regels voor het rijbewijs BE.

Nieuw Rijbewijs B+ code 96

Met het nieuwe rijbewijs B+ code 96 mag u een aanhangwagen voorttrekken die zwaarder is dan 750 kg (toegestane maximummassa). Voorwaarde is wel dat de toegestane maximummassa van het voertuig en de aanhangwagen samen niet meer dan 4250 kg bedraagt. De toegestane maximummassa is het lege gewicht + het laadvermogen. U kunt een rijbewijs B+ code 96 bij uw gemeente aanvragen op het moment dat u bent geslaagd voor het BE-examen. Het examen voor B+ code 96 is gelijk aan het examen voor BE. Heeft u eenmaal voor B+ code 96 gekozen, dan kunt u deze later niet meer omwisselen voor een BE-rijbewijs.

 Belading van de combinatie.

Bij elke auto geldt een maximum gewicht dat mag worden getrokken. Het gewicht dat staat vermeld op het typeplaatje van de trekhaak is namelijk niet automatisch het gewicht dat daadwerkelijk getrokken mag worden. Welk gewicht mag u dan wel trekken? Hier kunt u achter komen door op uw kentekenbewijs Deel 1 a te kijken of door uw kenteken op te zoeken op de site van de Rijksdienst voor het Wegverkeer (RDW) (https://ovi.rdw.nl/). Tik hier uw kenteken in en klik door naar tabblad 'Technisch' en open het veld Wettelijk toegestane max. massa's'.

De veiligheid van de combinatie auto en trailer wordt het meest gediend bij een 'overgewicht' van het trèkkende voertuig. Het spreekt ook voor zich dat de onderhoudstoestand van de aanhanger tiptop in orde dient te zijn.

Zorg wanneer u een tweepaards trailer belaadt dat het zwaarste paard links op de trailer staat (of als u ééen paard vervoert dat paard links staat). Reden daarvoor: mocht u met uw rechter wielen in de berm raken, dan is de trailer eenvoudiger terug op de weg te krijgen,

Weggedrag

Het weggedrag van de trailer begint eigenlijk al bij het beladen.  De trailer moet onder alle omstandigheden het trekkende voertuig goed blijven volgen. Slecht weggedrag merkt men snel genoeg door het instabiel liggen van de trailer. U zult merken dat wanneer u precies 80 km. per uur rijdt, vrachtauto's de neiging hebben te gaan 'kleven' achter uw trailer. Pas uw snelheid zodanig aan zodat u niet constant wordt ingehaald door vrachtauto's, zodat u de hinderlijke luchtverplaatsing die hierdoor ontstaat zoveel mogelijk kunt vermijden.U mag met een trailer per slot van rekening tegenwoordig op (auto)snelwegen 90 km/h rijden.

Wordt u toch ingehaald, zorg dan dat u zoveel mogelijk rechts houdt, zodat u zo min mogelijk last heeft van de luchtverplaatsing en het slingeren kan worden voorkomen. Mocht het gebeuren dat de trailer gaat slingeren, verhoog dan als het kan voorzichtig uw snelheid, zodat het trekkende voertuig al accelererend de trailer weer in de stille positie trekt.

Let wel: een trailer die slingert heeft direct invloed op het paard dat wordt vervoerd. Deze zal ook zijn evenwicht willen houden door tegengewicht te geven. Vaak is de beste oplossing met het stuur lichte correctie toe te passen om op die manier de trailer stabiel te krijgen. Desnoods doet u de alarmverlichting aan om het achterop komende verkeer te waarschuwen.

Komt u onverhoopt toch met de trailer in de berm terecht, corrigeer dan als volgt: druk de koppeling in en laat de combinatie 'uitrollen'. Houd het stuur vast en corrigeer zo weinig mogelijk. Probeer de auto niet terug op de weg te krijgen. Dit doet u pas als u nagenoeg stilstaat. Heeft u de combinatie weer geheel onder controle rijd dan met lage snelheid de rijbaan weer op. Stuurcorrecties bij hoge snelheid leiden in deze situaties vaak tot benardeen gevaarlijke situaties voor uzelf en paard.

Politiecontrole

Wat moet u bij een controle door de politie kunnen laten zien:

  • Rijbewijs (met de juiste categorieën).
  • Kentekenbewijs van het trekkende voertuig.
  • Kentekenbewijs van de trailer (boven 750 kg.).
  • Eventueel een APK keuringsrapport van uw auto.

Bij een controle van de AIVD komt daar voor het paard nog het paardenpaspoort bij.

Fotokopieën worden niet geaccepteerd, immers met een fotokopie van een startkaart mag u ook niet starten!

Vervoer van paarden

Het vervoeren van 'levende have' is moeilijker dan een gewone aanhangwagen verplaatsen. Paarden bewegen in de trailer en kunnen zelfs door evenwichtsverlies, door bijvoorbeeld een te haaks gereden bocht, zorgen voor instabiliteit van een trailer. Denk dus goed na over hoe u een bocht rijdt.

Als u een auto 'trekkend' houdt in een bocht zal dit voor het dier prettiger aanvoelen dan wanneer u te hard de bocht inrijdt en vervolgens het gas loslaat om zo snelheid te verminderen. Het plotseling loslaten van het gaspedaal wordt onmiddellijk doorgegeven aan de trailer en het paard zal met zijn gewicht naar voren komen. Dus voor de bocht de snelheid er al uit halen en de bocht 'trekkend' doorrijden.

Zorg ervoor dat paarden vaststaan met zogenaamde paniekhaken aan het halstertouw. Voorts dient het paard goed beschermd op reis te gaan. Transportbeschermers zijn zeker geen overbodige luxe en kunnen bij problemen de ernst van het letsel verminderen. Neem uit voorzorg een extra deken mee. In een panieksituatie zal het dier sterk gaan zweten en daardoor afkoelen waardoor een shocktoestand kan ontstaan. Neem altijd een mes of zogenaamde life-Hammer mee waarmee touwen etc. kunnen worden doorgesneden.

Voordat u met een combinatie de weg op gaat moeten de volgende zaken gecheckt worden. Kijk of de koppeling juist bevestigd is tussen trekauto en trailer. Controleer of de losbreekreminrichting deugdelijk is, zodat een trailer geen eigen leven gaat leiden mocht hij om wat voor reden dan ook loskomen van het trekkende voertuig. Kijk of de verlichting in orde is, ook de verlichting die moet branden in de trailer.Controleer reglmatig de bandenspanning van uw trailer.

Voor ongevallen zijn de volgende oorzaken aan te wijzen:

  • overbelading van de trailer,
  • een te 'lichte' auto voor de trailer en
  • stuurfouten.

Hulpverlening 

Mocht u ooit bij een ongeval betrokken raken bel dan direct het landelijk alarmnummer 112.

  1. Zeg wat u aan hulp nodig heeft. (veearts, ambulance, etc.)
  2. Geef een duidelijke plaatsaanduiding aan met een hectometerpaal.
  3. Denk allereerst aan uw eigen veiligheid.
  4. Zorg ervoor dat het paard rustig blijft en hou zoveel mogelijk mensen op afstand.
  5. Maak alleen het halstertouw los.
  6. Indien het paard ligt, belemmer het dan overeind te komen door op de nek te gaan zitten. Het paard mag pas dan overeind komen als alle schotten etc. zijn verwijderd om verder letsel te voorkomen.
  7. Laat de laadklep zolang mogelijk dicht.

Let wel: al is uw paard thuis nog zo braaf, in panieksituaties let het dier niet meer op u, het zal alleen willen vluchten.

Mocht u pech krijgen, zoek dan indien mogelijk een parkeerplaats op. Als dit echt niet meer lukt, plaats dan de combinatie zoveel mogelijk in de berm (let op dat u niet wegzakt in een zachte berm) en doe de alarmverlichting aan. Als u het probleem zelf kan oplossen, laat dan een ander het verkeer wat achteropkomt in de gaten houden, zodat u rustig uw werkzaamheden kunt verrichten. Als u het niet aan durft, bel dan de rijkswaterstaat, wegenwacht of politie.

Per 1 januari 1997 is men niet meer verplicht paardentrailers te laten herkeuren door de veterinaire dienst, tenzij u beroepsmatig vee vervoert. Maar voor uw veiligheid en die van het paard is het toch verstandig de trailer regelmatig te laten controleren.Geef minimaal om de twee jaar u trailer een onderhoudsbeurt bij een erkende Bovag-aanhangerspecialist.