In civiel recht: degene tegen wie een eis of vordering wordt gericht. Tegenpartij van de eiser.
Partij die in de dagvaarding door de appellant opgeroepen wordt om voor een hoger gerecht te verschijnen.
Gevangene.
Iemand die nadeel heeft ondervonden door een onrechtmatige daad.
Iemand die als vertegenwoordiger namens een partij optreedt in de procedure.
Tegenpartij in een civiele procedure. Zie ook: Verzet.
Rechtsprekende instantie. Bijvoorbeeld: rechtbank, gerechtshof, Hoge Raad.
Fase in het onderzoek van een strafrechtszaak, waarin een rechter,rechter-commissaris genoemd, het onderzoek leidt. Deze fase gaat aan de zitting vooraf.
Opleidingsfunctie voor juristen die rechter willen worden.
Ondersteunende functie bij Hoge Raad en Centrale Raad van Beroep.
Gerecht dat zaken in hoger beroep behandelt. Nederland kent vijf gerechtshoven. Zie ook: kaart gerechtelijke indeling.
De gerechtssecretaris (of: juridisch medewerker) bereidt ten behoeve van de rechter de zitting voor en maakt aantekeningen van wat er tijdens de zitting wordt besproken. Bovendien assisteert de gerechtssecretaris de rechter bij het maken van de uitspraak.
Wederpartij van de verzoeker in een verzoekschriftprocedure.
Getuige in een strafproces die wordt opgeroepen door de officier van justitie. Deze legt in de regel een verklaring af die belastend is voor de verdachte.
Getuige in een strafproces die is opgeroepen door de verdachte of zijn advocaat. Deze getuige zal in het algemeen ontlastende verklaringen afleggen.
Vorm van voorlopige hechtenis. Daaraan vooraf gaat de door de rechter-commissaris bevolen bewaring. De raadkamer van de rechtbank beslist over gevangenhouding en de verlenging daarvan. De gevangenhouding van maximaal dertig dagen kan twee keer worden verlengd.
Bezwaar dat in (hoger) beroep wordt aangevoerd.
Persoon die een verslag maakt van de zitting en de rechter ondersteunt bij het schrijven van eenvonnis.
Bedrag dat aan een gerecht moet worden betaald als men een civiele of bestuursrechtszaak start. Zie ook: de kosten van een procedure.
In de grondwet staan de grondrechten en plichten van burgers, en de bevoegdheden van het parlement, de ministers en de Koningin. Er staat in hoe gemeenten en provincies moeten functioneren, hoe wetten worden gemaakt en hoe de rechtspraak in zijn werk gaat.
Een gewaarmerkt afschrift van een vonnis dat voor de partijen bestemd is.